Er zijn in afgelopen jaren al diverse artikelen in Roman Ports verschenen over Ostia als officiële havenplaats van Rome. Ook hebben we laten zien hoe na verloop van tijd de meeste havenactiviteiten werden overgenomen door de nabij gelegen nieuwgebouwde havens van Claudius en Trajanus. Eén van de vragen die hierbij openblijft is wat uiteindelijk de rol van Ostia werd nadat die havens in gebruik werden genomen.
De Duitse archeoloog Prof. Dr. Michael Heinzelmann, verbonden aan de universiteit van Keulen, heeft vele onderzoekcampagnes uitgevoerd in Ostia en schreef voor het XVII Internationaal Congres voor Klassieke Archeologie, gehouden op 22-26 september 2008 in Rome, een thesis over dit onderwerp. Volgens de redactie van Romanports.org is deze verhandeling dusdanig interessant dat wij hem u niet willen onthouden. Leverancier van Rome of marktplaats van het Middellandse Zeegebied? De veranderende economische rol van Ostia na de aanleg van Portus in het licht van nieuw archeologisch bewijs.
Door Michael Heinzelmann

Dit artikel beoogt de discussie over de economische rol van Ostia in de tweede eeuw na Christus en de verhouding van de stad tot Portus en Rome te stimuleren. Anders dan de traditionele opvatting luidt mijn hoofdstelling dat Ostia in deze periode slechts ten dele als leverancier van Rome fungeerde - een taak die Portus met succes overnam - maar een groot deel van haar inkomsten verwierf als belangrijk centrum voor tussenhandel in het Middellandse Zeegebied.[1]
Mijn uitgangspunt is de stedenbouwkundige ontwikkeling van Ostia zoals wij die kunnen reconstrueren op basis van recent onderzoek in Ostia en Portus en de resultaten van ons eigen project in de niet opgegraven delen van de stad, met gebruikmaking van geofysisch onderzoek, luchtfotografie en stratigrafische opgravingen.[2]
In het eerste deel vat ik enkele van de belangrijkste fasen in de ontwikkeling van Ostia samen; in het tweede deel presenteer ik enkele algemenere gedachten over de economische rol van de stad. Ostia ontwikkelde zich aanvankelijk slechts aarzelend nadat het aan het einde van de vierde eeuw v.Chr. was gesticht als vesting ter controle van de riviermonding, met een klein aantal kolonistengezinnen.

Hoewel Ostia geleidelijk buiten de muren van het castrum1 groeide en zich ongepland langs de uitvalswegen uitbreidde, bleef het tot het einde van de republiek qua omvang en infrastructuur de aanblik behouden van een kleine stad, bijna een dorp. De oorzaak van deze opmerkelijk trage ontwikkeling was waarschijnlijk het ontbreken van een geschikte haven. De meeste goederen uit het oostelijke Middellandse Zeegebied die voor Rome bestemd waren, kwamen binnen via de haven van Puteoli aan de Golf van Napels.
Ik ben er echter niet langer van overtuigd dat zeeschepen de monding van de Tiber niet konden binnenvaren, zoals traditioneel wordt aangenomen.
Recent geoarcheologisch onderzoek2 laat zien dat de rivier in de oudheid ongeveer vijf tot zes meter diep was en dat het waterpeil van de Tiber zelfs in de droge zomerperiode, wanneer het meeste zee verkeer aankwam, waarschijnlijk niet onder drie tot vier meter zakte.[3] Dit betekent dat de meeste Romeinse schepen, die gewoonlijk 200 tot 400 ton vracht vervoerden, het hele jaar door gemakkelijk de Tibermonding konden binnenvaren.
De rivierhaven kende echter een groot logistiek probleem. Vanwege de stroming moesten schepen evenwijdig aan de oever afmeren. Gezien de lengte van de nederzetting konden daardoor hooguit ongeveer twintig schepen tegelijk worden gelost. Naar schatting vergde het lossen van een schip van gemiddelde grootte met ongeveer 250 ton vracht zes tot acht dagen. Het risico dat een schip in het hoogseizoen in Ostia aankwam en geen vrije ligplaats vond, moet dus aanzienlijk zijn geweest. Daarom moeten we naar mijn mening erkennen dat Ostia een gewone rivierhaven was, zoals honderden andere rond de Middellandse Zee, maar dat haar capaciteit eenvoudigweg ontoereikend was voor de enorme hoeveelheden goederen die Rome dagelijks nodig had.

Het is algemeen bekend dat de keizers vanaf Augustus bijzondere belangstelling hadden voor verbetering van deze situatie, hetzij door bestuurlijke maatregelen, hetzij door investeringen in infrastructuur. De stedenbouwkundige ontwikkeling van Ostia werd in de Julisch-Claudische periode inderdaad aanzienlijk dynamischer, toen het bebouwde gebied zich vooral westwaarts, in de richting van de kust, uitbreidde. Tegelijkertijd werden binnen de stad belangrijke stedenbouwkundige ingrepen uitgevoerd die ten minste gedeeltelijk kunnen worden toegeschreven aan rechtstreekse betrokkenheid van het keizerlijk huis of haar onmiddellijke omgeving. Voorbeelden zijn de bouw van het theater door Agrippa en van de Piazzale delle Corporazioni, de uitbreiding van het forum en de bouw van de tempel van Roma en Augustus.


Pas onder Claudius zien we echter de eerste verbeteringen aan de haveninfrastructuur zelf. De belangrijkste was de aanleg van een groot havenbekken net binnen de Tibermonding, in het westen van Regio III. Het was ongeveer honderd meter lang en tachtig meter diep.[4] Aan de oostzijde verrees een monumentaal complex van scheepsloodsen (navalia) en een tempel, waardoor Ostia voor het eerst een representatieve gevel aan zee kreeg.
Tegelijkertijd werden de opslagvoorzieningen verbeterd, zowel door keizerlijke investeringen, zoals de zogenoemde Grandi Horrea, als door particuliere, zoals de Horrea van Hortensius. Deze uitbreiding van de rivierhaven en de gelijktijdige aanvang van de bouw van Portus onder Claudius gaven de stedenbouwkundige ontwikkeling van Ostia in de tweede helft van de eerste eeuw een nieuwe impuls.
In het oosten bereikte de bebouwing de stadsmuur in Regio V, terwijl zij zich in het westen langs de kust in een brede strook tot kennelijk aan het strand buiten de muur uitbreidde. Ten noorden van de Tiber verschenen de eerste gebouwen en een weg verbond Ostia met Portus.

- Bronnen
- - Felipe Cerezo-Andreo: Los puertos antiguos de Carthago Nova, nuevos datos desde la arqueología marítima y geoarqueología portuaria
- - Wikipedia
- - Integra: Historia de Cartagena
- - Eloy Andrés Gómez Motos: Trabajo sobre recursos en Carthago nova (pec1)
- - Sebastián F. Ramallo Asensio, Miguel Martínez Andreu: El puerto de Carthago Nova: eje de vertebración de la actividad comercial en el sureste de la Península Ibérica
- - CTA: Cartagena Actualidad
- - Arthur de Graauw
noten- 1: Lionel Noel Royer, 1899. Musée CROZATIER du Puy-en-Velay
- 2: Zie ook winter-zeevaart
- 3: Zie ook tyrus-geboorteplaats-van-europa
- 4: Zie ook Carthago
- 5: Mastia of Massia: de eerste beschrijving van deze stad van de Tartessians komt uit een gedicht van de Romeinse poëet Rufius Festus Avienius (1e na Chr.) genaamd Ora Maritima (zeekust): ... dan is er de haven van Namnatius, die zich vanuit de zee in een bocht uitstrekt nabij de stad Massienos, en aan het einde van de golf rijzen de hoge muren van de stad Massiena op ...
- 6: Romeinse enterbrug: voor het eerst gebruikt tijdens de Punische oorlogen.
- 7: William Robert Shepherd 1923
- 8: Griekse historicus 208-118 voor Chr; Historiae
- 9: Jacopo Ripanda – Palazzo dei Conservatori, Musei Capitolini, Rome 2016
- 10: Zie ook: Tarragona
- 11: De veldslag vond plaats op 19 oktober 202 v.Chr. nabij het plaatsje Zama Regia (het huidige Tunesische Siliana), dicht bij Carthago.
- 12: Ets uit 1852: History-maps.com
- 13: Tito Livio, XXVI, 43
- 14: Plattegrond van Carthago Nova, José G. Carrasco Gómez, opgenomen in Ramallo Asensio (2011)
- 15: Espartogras: gebruikt bij de productie van touwen, manden etc.
- 16: Strabo 64 voor Chr. – 24 na Chr.
- 17: Polybius 203 – 103 voor Chr.
- 18: Griekse munteenheid: 1 één stadie is ongeveer 185 meter.
- 19: Polybius: X, 10, 11
- 20: Titus Livius: Liv.26.47
- 21: Titus Livius: Liv.26.43, 8
- 22: Polybius: X, 8, 2
- 23: Ramallo Asensio en Martínez Andreu, 2010.
- 24: Felipe Cerezo-Andreo: El puerto de Carthago Nova: eje de vertebración de la actividad comercial en el sureste de la Península Ibérica.
- 25: Plattegrond: Felipe Cerezo-Andreo
- 26: paleo-topografie: de vorm en hoogteverschillen van het landschap uit een specifiek geologisch verleden.
- 27: Tekening La Laja: CTA Cartagena Actualidad
- 28: Opus caementicium: Romeins beton, een sterk bouwmateriaal dat de Romeinen vanaf de 2e eeuw voor Christus grootschalig inzetten en dat bestand tegen zeewater.
- 29: Munuera Navarro, 2010, 618).
- 30: Ramallo Asensio en Abascal Palazón, 1997, 71-77
- 31: Ramallo Asensio, et al, 2007
- 32: San Martín, 1985
- 33: Ramallo Asensio en Vizcaíno Sánchez, 2011, 225-230
- 34: foto: Felipe Cerezo-Andreo
- 35: Ramallo Asensio, 1989, 88
- 36: Dolia: enkelvoud dolium was een grote, bolle aardewerken kruik gebruikt voor de productie en de opslag van wijn en van levensmiddelen.
- 37: Martín Camino en Roldán Bernal, 1997; Egea Viváncos et al., 2006.






We are committed to providing versions of our articles and interviews in several languages, but our first language is English.