22 Sep 2026

Carthago Nova, de perfecte haven van de (nieuwe) nieuwe-stad

Figuur 1: Vercingetorix, hoofd van de Galliërs, werpt zijn wapens aan de voeten van Julius Caesar. 1

 

Bij het ontstaan van de stadstaat Rome werd al snel duidelijk hoe groot de expansiedrang van deze nieuwe machthebber zou worden. In eerste instantie breidde Rome zich uit over land. De Romeinen waren van nature niet zulke zeevaarders2. De zee was onbekend, wispelturig en derhalve gevaarlijk, dus trokken de legioenen over land naar het zuiden en noorden van Italië om de aldaar wonende volkeren onder hun invloedsfeer te brengen. Na verloop van tijd werd dit zelfs uitgebreid naar het Noorden van Europa.
Het succes van dit landleger had mede tot effect dat ook het aantal inwoners van Rome explosief groeide. Met een steeds groter behoefte aan drank en voedsel, bouwmaterialen en allerlei luxeartikelen die in Rome niet of nauwelijks verkrijgbaar waren. Deze moesten, om praktische en economische redenen worden aangevoerd uit de overwonnen gebieden. Zo rond 300 voor Chr. groeide de behoefte van het zich almaar uitbreidende Romeinse Rijk om ook over zee meer invloed te krijgen groter. Per slot van rekening was het hele schiereiland omgeven door het water van de Middellandse Zee die overigens door de Romeinen al snel werd betiteld als Mare Nostrum, Onze Zee.

De Punische oorlogen

Figuur 2: Fenicische commerciële vaarroutes naar hun koloniën

Nou was er alleen een klein probleem. Aan de andere zijde van de Middellandse Zee was een veel oudere stadstaat die reeds jaren de hegemonie op de Middellandse Zee had, de Feniciërs uit Tyre in het huidige Libanon3. Deze Feniciërs, door de Romeinen Puniërs genoemd, hadden reeds een groot aantal steden met havens gevestigd van waaruit ze over de hele Middellandse Zee handeldreven (zie figuur 2).

Eén van de belangrijkste van deze steden was Qart Hadasht wat ‘Nieuwe Stad’ betekent. Deze stad in het huidige Tunesië, werd door de Romeinen Carthago4 genoemd. Vanuit die stad werd door de Feniciër Hasdrubal de Schone in 228 voor Chr. op het Iberisch schiereiland een tweede kolonie met dezelfde naam gesticht op de plaats waar al eeuwen de oude havenstad Mastia5 zou hebben gelegen. Deze stad beschikte over één van de beste havens van het westelijke Middellandse Zeegebied.
Na de dood van Hasdrubal werd zijn neef Hannibal opperbevelhebber van de Carthaagse strijdkrachten in Hispania. Hij bouwde een groot leger en een reeks wachttorens langs de kust. Carthago kreeg hiermee grote macht. Het moge duidelijk zijn dat de Romeinen met dezelfde belangen als de Feniciërs dit als een bedreiging zagen en met elkaar in botsing kwamen. De strijd die hierdoor ontvlamde mondde uit in drie oorlogen, bekend als de Punische oorlogen, die, zoals we zullen zien, uiteindelijk door de Romeinen zouden worden gewonnen.

Figuur 3: Romeins oorlogsschip met corvus

De eerste Punische oorlog
De eerste oorlog brak uit nadat de Romeinen een leger hadden gestuurd naar het eiland Sicilië waar de Feniciërs de scepter zwaaiden. Deze oorlog duurde van 264 tot 241 voor Chr.
Zoals al eerder vermeld waren de Romeinen, in tegenstelling tot de Feniciërs, van origine geen zeevarend volk en hadden dan ook nauwelijks ervaring in het oorlog voeren op zee.
Wat ze wel hadden was een groot innovatief denkvermogen. Waren de Feniciërs in aanvang van de strijd de bovenliggende partij, na verloop van tijd gingen echter nieuwe Romeinse uitvindingen, zoals grote schepen met beweegbare loopbruggen (de Corvus)6, de strijd bepalen.
Uiteindelijk wonnen de Romeinen deze oorlog; Sicilië werd de eerste Romeinse provincie en er werden afspraken gemaakt over welk deel van het Iberisch schiereiland onder Romeinse en welk deel nog onder de invloedssfeer van Carthago zou blijven. Het gebied ten zuiden van de rivier de Ebro bleef onder de invloedssfeer van Carthago en die van de Romeinen ten noorden van die rivier. Deze verdeling werd na verloop van tijd de aanleiding voor een nieuwe oorlog.

De tweede Punische oorlog (218 – 201 voor Chr.)

Figuur 4: Kaart van Rome en Carthago aan het begin van de tweede Punische oorlog7.

De tweede Punische oorlog speelde zich voornamelijk af op het vaste land van het Italiaanse en Iberische schiereiland en het begon met het bondgenootschap dat de Romeinen sloten met de Spaanse stad Saguntum die ten zuiden van de Ebro lag en dus behoorde bij Carthago.
De Carthager veldheer Hannibal Bargas pikte dit niet en belegerde stad. Saguntum vroeg daarom hulp aan Rome die eiste van Hannibal de stad met rust te laten. Hannibal nam de stad toch in, waarop Rome Carthago de oorlog verklaarde. Hannibal besloot daarop zelf het Romeinse Rijk maar eerst aan te vallen.
Omdat de Carthager vloot tijdens de eerste oorlog zo goed als compleet was verwoest moest hij over land Rome zien te bereiken. De eerste stap was de volkeren die tussen de Ebro en de Pyraneeën onder de invloedssfeer van Rome leefden te onderwerpen. Na hevige gevechten slaagde hij hierin en vertrok volgens Polybios8 met 50.000 infanteristen, 9.000 ruiters en 40 olifanten via de Alpen naar het Italiaanse schiereiland en bracht de Romeinen jarenlang grote nederlagen toe. 

Figuur 5: Hannibal trekt richting Rome9

De Romeinen wisten echter te voorkomen dat Rome zelf werd aangevallen en gingen in het tegenoffensief.
De Romeinse legeraanvoerder Gnaius Cornelius Scipio Calvus werd naar het Iberisch schiereiland gestuurd om strijd te leveren tegen de daar nog aanwezige Carthager legereenheden om zodoende Hannibal af te snijden van de aanvoer vanuit zijn thuishaven.
Hij bouwde op een strategisch punt in het noorden een kleine haven uit voor zijn schepen en legerde zijn manschappen in de havenplaats die door de Romeinen Tarraco (het huidige Tarracona) werd genoemd10. De Romeinen zouden daar voorgoed blijven.
Inmiddels drong er ook een Romeins leger in Noord-Afrika op, om met de Numidiërs de moederstad Carthago te belegeren. Hannibal werd hierdoor gedwongen terug te keren om zijn moederstad te verdedigen, maar werd verslagen in de Slag bij Zama11. Carthago werd uitgeschakeld als serieuze rivaal van Rome en Hannibal werd verbannen.

 De derde Punische oorlog (149 – 146 voor Chr.)

Figuur 6: Zeeslag tijdens Punische oorlog12.

In deze oorlog wilde Rome voor goed afrekenen met de Feniciërs. Het oorspronkelijke Carthago in Noord-Afrika werd na een belegering van drie jaar ingenomen en de wens van de Romeinse politicus Cato de Oudere (234 – 149 voor Chr.) “Ceterum censeo Carthaginem esse delendam” (Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden) werd vervuld. Carthago werd compleet verwoest door Scipio's kleinzoon Publius Cornelius Scipio Aemilianus Africanus minor. De inwoners die het overleefden werden als slaven verkocht.

Carthago Nova
De Romeinen noemden de Spaanse stad, na de verovering in 209 voor Chr. door de Romeinse generaal Scipio Africanus, Carthago Nova (eigenlijk dus het nieuwe, Nieuwe Carthago), om het te onderscheiden van de moederstad.

Figuur 7: Kaart van Carthago aan het begint van de 2e-Punische oorlog14.

Julius Caesar gaf de stad Latijnse rechten en Octavianus hernoemde Carthago Nova ten eigen ere en glorie “Colonia Victrix Iulia Nova Carthago of Colonia Urbs Iulia Nova Carthago (C.V.I.N.C.). De titel Urbs is een titel die in Hispania alleen Carthago Nova en Tarraco genoten.
De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 voor Chr. – 17 na Chr.) schreef:
“Potiemur praeterea cum pulcherrima opulentissimaque urbe tum opportunissima portu egregio unde terra marique quae belli usus poscunt suppeditentur; quae cum magna ipsi habebimus tum dempserimus hostibus multo maiora... huc rectus ex Africa cursus est; haec una inter Pyrenaeum et Gades statio; hinc omni Hispaniae imminet Africa” 13 (vertaling: We zullen ook een stad bezetten die niet alleen mooi en rijk is, maar ook zeer nuttig vanwege de uitstekende haven, zodat we hier van land en zee alles zullen hebben wat we nodig hebben voor oorlog. We zullen veel hebben, maar de schade voor de vijand zal veel groter zijn. Dit is zijn fort, dit is zijn graanschuur, zijn schatkamer, zijn wapenkamer, zijn opslagplaats van alles; dit is zijn directe doorgang vanuit Afrika; dit is zijn aanloophaven tussen Gade en de Pyreneeën; dit is waar Afrika heel Spanje bedreigt.)

In de Romeinse tijd stond de stad ook bekend om haar zilvermijnen, de productie van de vissaus garum en om het aanwezige espartogras15. In 298 na Chr. werd de stad daarom naar deze grassoort Carthago Spartaria genoemd, als hoofdstad van de door keizer Diocletianus gevormde nieuwe provincie Carthaginensis.
Carthago Nova maakte nu deel uit van Hispania Citerior en werd o.a. door de Griekse geograaf Strabo (64 – 24 voor Chr.) een van de belangrijkste havens in het westelijke Middellandse Zeegebied genoemd. Mede hierdoor en de aanwezigheid van de mijnen werd een groot aantal Romeinen en Italianen aangetrokken en moest de stad hierop worden voorbereid.
Onder het bewind van Augustus werd er gebroken met de structuur van de stad uit de republikeinse periode. Er verschenen grote gebouwen om de pracht en praal van het keizerrijk te tonen. Een van de gebouwen die het best de politieke en culturele sfeer weerspiegelt die heerste in het keizerlijke Carthago Nova was het theater, gelegen op de westelijke helling van de Monte de la Concepción en gekenmerkt door de perfectie in de uitvoering van het project, de kwaliteit en kwantiteit van de ornamentele elementen en door het volledige epigrafische programma, waardoor we de bouw van het gebouw kunnen dateren in de 1e eeuw voor Christus.

Figuur 8: Artist impressie van het Romeinse theater van Carthago Nova. .

 

Figuur 9: Romeins Carthago Nova, rond de 1e–2e eeuw n.Chr.


DE HAVEN
De strategisch gelegen haven van Carthago Nova was een van de meest begeerde verdedigingshavens in het westen van de Middellandse Zee. De belangrijkheid werd nog versterkt door de aanwezigheid van zilver mijnen in de directe omgeving. De Griekse historicus en geograaf en filosoof Strabo16 beschrijft in zijn “Geographia” wat zijn Griekse collega Polybius17 in zijn werk “Historiën” (Ἱστορίαι / Historíai) er over schreef:
“Polybius vermeldt de zilvermijnen van Nieuw-Carthago en zegt dat ze zeer uitgestrekt zijn; dat ze ongeveer twintig stadia18 van de stad verwijderd liggen en een oppervlakte beslaan met een omtrek van vierhonderd stadia; en dat er veertigduizend arbeiders verblijven, die (in zijn tijd) de Romeinse schatkist een dagelijkse opbrengst van vijfentwintigduizend drachmen opleveren”.
De bergketens die in het westelijke deel van deze streek in zee lopen maken de kustlijn grillig en tonen af en toe kleine en grote inhammen, natuurlijke havens die geschikt zijn als ankerplaats.
Eén van de beste locaties voor een haven aan die kust is die van Carthago Nova.
Het diepe havenbassin, geflankeerd door verhogingen in het oosten (max. 280 m) en in het westen (max 205 m), met authentieke wachttorens, is praktisch aan alle kanten beschermd tegen de heersende wind, met de twee bergpunten in het oosten en het westen, die de monding markeren. De laatste twee vormen een smalle corridor van ongeveer 900 m die bij aanvang beperkt is tot 720 m, en geleidelijk breder wordt tot 1400 m in het midden van de baai, die een lengte heeft van ongeveer 1850 m. Het stedelijke centrum werd gebouwd op een klein schiereiland dat in het oosten verbonden is met het vasteland door een smalle landengte. De buitenzijde van dit centrum werd begrensd door 5 heuvels. In het zuiden kijkt de grootste en hoogste heuvel (65,56 m) uit op de Middellandse Zee en op de haven en is derhalve van groot strategisch belang geweest gedurende de geschiedenis van Cartagena.
Op de top van een van de heuvels stond volgens Poybius een tempel gewijd aan Esculapius, de god van de geneeskunde19.

Figuur 10: Panorama over de haven van Carthago Nova en de Middellandse Zee.

Aan het begin van de keizertijd werd er naast het al genoemde theater op westelijke helling ook op de oostelijke helling een nieuw amfitheater gebouwd boven op een theater uit de republikeinse tijd. De diverse antieke bronnen laten er geen twijfel over bestaan:
Livius schrijft: ”nauali alia materia ad classem aediicandam” (het heeft werven met faciliteiten voor scheepsbouw)20. Verder zegt Livius dat het “…de enige statio (rede) is tussen de Pyreneeën en Cádiz” 21 en Polybius meende dat “… het de enige haven was die een vloot kon huisvesten” 22.
Voor de monding zou een klein eiland hebben gelegen dat de haven beschermde tegen de golven23.
De natuurlijk zee-inham bij Cartegena wordt tot op de dag van vandaag gebruikt als zeehaven en is derhalve in de afgelopen eeuwen steeds naar behoefte verbouwd en vernieuwd. Daarnaast is er, zoals onderzoek door de jaren heen heeft aangetoond24, al vanaf de tijd van de Romeinse republiek sprake van veel, vanuit zee aangeslibd, sediment. Het bleek dat er in de periode 40 v.Chr. – 150 na Chr. zich al sedimenten bevonden boven zeeniveau of slechts 15 cm eronder. Deze progressieve verzanding zorgde voor een natuurlijke zeewaartse verschuiving van de kustlijn. Een groot deel van het havenbekken is daarom in de loop der eeuwen aanzienlijk kleiner geworden en de stad is op die nieuwe grond uitgebreid (zie figuur 11).
De oude havenstructuren liggen zo goed als allemaal onder de bebouwde ‘nieuwe grond’. Sporen zijn derhalve schaars te vinden en moeten dan ook worden gezocht op de bodem van het havenbassin en vooral onder de genoemde nieuwe bebouwing.
Het haven bassin bleef echter bevaarbaar en geschikt voor het ankeren van bijna alle soorten schepen.

Figuur 11: Haven Cartagena Nova in de Romeinse tijd. (De rode lijn toont de huidige omtrek van de haven)25.

Al met al kunnen we momenteel aan de hand van o.a. uitgebreid diepte-onderzoek van de bodem alsmede diverse sporen en vooral ook wrakken, met grote zekerheid de antieke haven en de mogelijke ankerplaatsen, reconstrueren.
De archeologische vondsten Enige eeuwen geleden werden er al door enthousiastelingen en lokale geleerden archeologische vondsten gedaan die in de ‘ondergrondse stad’ van Cartagena waren bewaard gebleven. Hieronder waren ook vondsten die belangrijk waren voor de archeologie van de haven. Samen met beschrijvingen uit oude geschriften leveren ze een schat aan informatie op over de klassieke haven.
Sinds 2012 heeft het zogenaamde Arqueotopos-project het mogelijk gemaakt om de paleo-topografische26 evolutie van de stad als mede die van de haven in diverse fasen te herstellen.  

Figuur 12: De verhoging bekend als La Laja del Puerto27.

Zo heeft men bijvoorbeeld een structuur gevonden in opus caementicium28, gebouwd op de Laja del Puerto, waar in oude documenten wordt geschreven over “het lijkt erop dat ze zijn gemaakt van mortel uit dezelfde fabriek als die van het Colosseum uit die stad”.29 Deze kegelvormige kalkstenen bank midden in de haven ligt 0,6 meter onder het wateroppervlak en loopt naar de bodem op 10,05 meter. De bovenoppervlak bedraagt 610 m2, de basis 77x56 meter en is al sinds mensenheugenis bij zeelui bekend. Dus ook al in de oudheid. Men vond daar restanten van mortel en caementicium die, op basis van constructie en decoratie, dateren uit de republikeins Romeinse tijd.
Waarschijnlijk zijn de gevonden constructies deel van de fundering van een vuur-of uitkijktoren. Rondom het eilandje zijn diverse Punische en Romeinse wrakken gevonden alsmede ladingen tin, lood en slagtanden.

Figuur 13: Fresco haven van Puteoli (1e eenuw na Chr.)

Momenteel is het uit het zicht door havenwerken met een moderne vuurtoren.
Verder werden er de restanten gevonden van mogelijke visserij-of viskwekerijen in het Santa Lucia-gebied, havenbodemcontexten in het Arsenaalgebied, oude boten en zelfs havenachtige constructies aan de kust van Calle Mayor.
Ook epigrafische bronnen vormen een belangrijke bron voor de kennis over het maritieme culturele landschap. Niet alleen met beroepen en activiteiten, zoals collegia, maar ook met haven-of opslaginfrastructuur.

Inscriptie CIL I 2271 - CIL II 3434

 

 

 

 

 

 

De inscriptie CIL 1 2271-CIL3434 bijvoorbeeld verwijst naar een collegium van vrijgelatenen en bedienden die verantwoordelijk zijn voor de bouw van een ex caemento-werk bestaande uit pillas III et fundament(a) ex caement(o)faci(undas)30. Wellicht houdt deze laatste toevoeging verband met een havenconstructie van het type golfbreker of opus pilarum-dok zoals die in Puteoli (Italië) (zie figuur 13) · 

PVVPIVS · M(arci) · (ibertus)
SEX(tus) · LVVCIVS
SEX(ti) · L(ibertus) · GAE‚P(—-)
M(arcus) · PROSIVS · `M(arci) (ibertus)c
N(umerius) · TITIVS · L(uci) · L(ibertus) · NV(—-)
C(aius) · VEREIVS · `MA (rci) (ibertus)c
ANTIOC(us) · BR`VTc I · [ S(ervus)]
EL(euterus?) · TERENTI · C(ai) · S(ervus)
PILEMO · ALEIDI L(uci) · (ervus)
ALEX(ander) · TITINI · L(uci) · S(ervus) ‚
ACERD(o?) · S`APc O(ni?) · M(arci) · (ervus)
MAG(istreis) · PILAS · III · ET ·
FUNDAME`NTc (a) · EX
CAEME`NT (o) ·FACI(unda) C.O.E.R.A.V.E.R.E (?)   

Figuur 15: De genoemde locaties van de diverse vondsten

Het merendeel van de vondsten bevindt zich in de as van de hoofdstraat, de Calle Mayor. Het is het enige gebied met een brede, lage oppervlakte waar een gemakkelijke communicatie tussen de maritieme ruimte en de stedelijke ruimte mogelijk was.
In de ZW-hoek van de stad bevindt zich het Stadhuisplein, het plaza del Ayuntamiento. Dit was een van de belangrijkste ruimtes van de antieke haven. Oorspronkelijk lagen hier Punische opslagplaatsen die na de Romeinse verovering werden gesloopt en vervangen door nieuwe gebouwen die nu waren gericht op de niet mee bestaande westelijke Mandarache Zee, de belangrijkste ankerplaats (zie figuur 11). Deze kust lijkt monumentaal te zijn gemaakt met een front van zuilengangen in Toscaanse orde die toegang zou kunnen geven tot nieuwe opslagstructuren, zoals die gevonden op de plaats van het Pascual Riquelme-paleis31 of in het gebied daar omheen32. In dit gebied werd ook een lacus (meertje) gebouwd dat in verbinding stond met een aquaduct en een natuurlijke waterbron, de belangrijkste drinkwatervoorziening voor de haven.
Onderzoek heeft ook uitgewezen dat er waarschijnlijk al vanaf de Punische tijd een diepe inham richting de oude stad heeft bestaan waar zich ook enkele horrea (pakhuizen) uit het midden van de jaren 50 voor Chr. bevonden die in de keizertijd werden hergebruikt33.

Figuur 16: Zandstenen kade met kalkstenen plinten34.

In de reeds genoemde hoofdstraat 21-22, de Calle Mayor, werden onder leiding van de archeoloog Francisco Fernández Matallana overblijfselen gevonden van een zandstenen kade met caementicio trekstangen. Ongeveer vijf meter van de rand van het haven bassin, richting de binnenstad, bevinden zich de kalkstenen plinten van de havenpakhuizen (zie figuur 16). Waarschijnlijk stammen deze vondsten uit de tijd van de late republiek met reparaties uit de tijd van Nero.
Dit grote dok lijkt evenwijdig te lopen met een deel van de hoofdstraat en is nauw verwant met een groot, republikeins opslaggebied met portico’s op het huidige Plaza de San Sebastián35. Dit grote plein staat aan enerzijds verbonden met de stadspoort richting Baetica en anderzijds met de Decumanus Maximus richting het forum en in het zuiden met de haven.
Op de Cerro del Molinete zijn constructies gevonden van wat vermoedelijk Dolia-pakhuizen36 waren, verbrandingsovens en diverse werkplaatsen die verwijzen naar een belangrijk industriegebied37.

 

Epiloog
Uit de diverse artikelen die wij hebben geraadpleegd blijkt dat de bedrijvigheid in de oude havens van Carthago Nova enorm moet zijn geweest. Niet alleen vanwege de grote handelsbelangen in de Middellandse Zee maar ook als thuishaven voor de diverse militaire schepen. Toch zijn de visuele bewijzen ervoor tamelijk schaars.
Het echte onderzoek komt maar pas op gang, helaas met vallen en opstaan. Er zal nog heel wat water de monding de haven binnenstromen voordat we een veel completer overzicht krijgen van het functioneren van deze zee-inham bij Cartagena als Romeinse haven. Wij hebben in ieder geval het volste vertrouwen dat de Spaanse archeologen binnen onafzienbare tijd de sluier kunnen oplichten en ons meer kunnen vertellen over het reilen en zijlen van deze spectaculaire haven in de oudheid (redactie).  

  

  • Bronnen
  • - Felipe Cerezo-Andreo: Los puertos antiguos de Carthago Nova, nuevos datos desde la arqueología marítima y geoarqueología portuaria
  • - Wikipedia
  • - Integra: Historia de Cartagena
  • - Eloy Andrés Gómez Motos: Trabajo sobre recursos en Carthago nova (pec1)
  • - Sebastián F. Ramallo Asensio, Miguel Martínez Andreu: El puerto de Carthago Nova: eje de vertebración de la actividad comercial en el sureste de la Península Ibérica
  • - CTA: Cartagena Actualidad
  • - Arthur de Graauw

  • noten
  •   1: Lionel Noel Royer, 1899. Musée CROZATIER du Puy-en-Velay
  •   2: Zie ook  winter-zeevaart
  •   3: Zie ook  tyrus-geboorteplaats-van-europa
  •   4: Zie ook Carthago
  •   5: Mastia of Massia: de eerste beschrijving van deze stad van de Tartessians komt uit een gedicht van de Romeinse poëet Rufius Festus Avienius (1e na Chr.) genaamd Ora Maritima (zeekust): ... dan is er de haven van Namnatius, die zich vanuit de zee in een bocht uitstrekt nabij de stad Massienos, en aan het einde van de golf rijzen de hoge muren van de stad Massiena op ...
  •   6: Romeinse enterbrug: voor het eerst gebruikt tijdens de Punische oorlogen.
  •   7: William Robert Shepherd 1923
  •   8: Griekse historicus 208-118 voor Chr; Historiae
  •   9: Jacopo Ripanda – Palazzo dei Conservatori, Musei Capitolini, Rome 2016
  • 10: Zie ook: Tarragona
  • 11: De veldslag vond plaats op 19 oktober 202 v.Chr. nabij het plaatsje Zama Regia (het huidige Tunesische Siliana), dicht bij Carthago.
  • 12: Ets uit 1852: History-maps.com
  • 13: Tito Livio, XXVI, 43
  • 14: Plattegrond van Carthago Nova, José G. Carrasco Gómez, opgenomen in Ramallo Asensio (2011)
  • 15: Espartogras: gebruikt bij de productie van touwen, manden etc.
  • 16: Strabo 64 voor Chr. – 24 na Chr.
  • 17: Polybius 203 – 103 voor Chr.
  • 18: Griekse munteenheid: 1 één stadie is ongeveer 185 meter.
  • 19: Polybius: X, 10, 11
  • 20: Titus Livius: Liv.26.47
  • 21: Titus Livius: Liv.26.43, 8
  • 22: Polybius: X, 8, 2
  • 23: Ramallo Asensio en Martínez Andreu, 2010.
  • 24: Felipe Cerezo-Andreo: El puerto de Carthago Nova: eje de vertebración de la actividad comercial en el sureste de la Península Ibérica.
  • 25: Plattegrond: Felipe Cerezo-Andreo
  • 26: paleo-topografie: de vorm en hoogteverschillen van het landschap uit een specifiek geologisch verleden.
  • 27: Tekening La Laja: CTA Cartagena Actualidad
  • 28: Opus caementicium: Romeins beton, een sterk bouwmateriaal dat de Romeinen vanaf de 2e eeuw voor Christus grootschalig inzetten en dat bestand tegen zeewater.
  • 29: Munuera Navarro, 2010, 618).
  • 30: Ramallo Asensio en Abascal Palazón, 1997, 71-77
  • 31: Ramallo Asensio, et al, 2007
  • 32: San Martín, 1985
  • 33: Ramallo Asensio en Vizcaíno Sánchez, 2011, 225-230
  • 34: foto: Felipe Cerezo-Andreo
  • 35: Ramallo Asensio, 1989, 88
  • 36: Dolia: enkelvoud dolium was een grote, bolle aardewerken kruik gebruikt voor de productie en de opslag van wijn en van levensmiddelen.
  • 37: Martín Camino en Roldán Bernal, 1997; Egea Viváncos et al., 2006.

 

 

 

Waardeert u ons werk?

Wordt lid van Roman Ports en ontvang het boek of doe een donatie!

Wordt lid en steun ons
Recente artikelen & projecten

Ostia, leverancier of marktplaats van Rome

Ostia, leverancier of marktplaats van Rome

De veranderende economische rol van Ostia na de aanleg van Portus in het licht van nieuw archeologisch bewijs.

Lees meer...

Carthago Nova, de perfecte haven van de (nieuwe) nieuwe-stad

Carthago Nova, de perfecte haven van de (nieuwe) nieuwe-stad

Na de dood van Hasdrubal werd zijn neef Hannibal opperbevelhebber van de Carthaagse strijdkrachten in Hispania....

Lees meer...

Isola Sacra Index (N)

Isola Sacra Index (N)

Speciale sectie over de Romeinse begraafplaats van Portus (Engels)....

Lees meer...

De teruggevonden vloot van Pisa

De teruggevonden vloot van Pisa

 

In 1998 werd bij toeval een ongelooflijk archeologisch erfgoed ontdekt in de buurt van het station Pisa San Rossore....

Lees meer...

Leptiminus

Leptiminus

Op de plaats van het huidige Lamta aan de oostkust van Tunesië lag al in de oudheid een havenstad met de naam Leptis Minor ....

Lees meer...
Laatste nieuws

About Roman Ports

Amor and PsycheWe are committed to providing versions of our articles and interviews in several languages, but our first language is English.

Please become a member of the Facebook group, which is our main communication platform. There you can learn about upcoming events and items of interest, post your own photos, or share any stories or general questions you may have.

If you have specific questions about our organisation, questions about financial issues, if you would like to assist in the production of our online magazine, or if you have specific requests or ideas for content, use our contactform below. You can contact us in any language!