562
07 May 2019

Het collegium, het Romeinse gilde

In diverse artikelen hebben we al laten zien dat de overzeese handel voor Rome steeds belangrijker werd. Daarmee nam ook het aantal schepen toe dat dagelijks van en naar Rome de oceanen bevoer. Ook het aantal eigenaren van die schepen (de navicularii) breidde zich gestaag uit en ergens in de eerste eeuw na Chr., wanneer precies is niet bekend, verenigden deze schippers zich in een beroepsvereniging, een collegium. Dit gold natuurlijk niet alleen voor navicularii maar ook voor vele andere bedrijfstakken. Het fenomeen van collegia deed zich voor in het gehele Romeinse Rijk, zowel in de steden in Italië als in Noord Afrika, Spanje en Frankrijk. Maar wat was een collegium, wat was het doel, wie waren er lid van en hoe zat de organisatie in elkaar?1

Figuur 1: Kopie van het standbeeld van Trajanus in de Schola di Traiano in Ostia

De gilden (collegia)
De Britse historicus Russell Meiggs2 omschrijft in zijn uitgebreide standaardwerk Roman Ostia, een collegium als een vereniging waarvan de leden door een gedeelde interesse met elkaar waren verbonden teneinde gezamenlijk voordeel te behalen. In principe waren er drie soorten gilden: 

  • De collegia van leden die een gemeenschappelijk beroep hadden 
  • De collegia van leden die samen kwamen voor een speciale cultus voor een god 
  • De collegia als gezelligheidsverenigingen waar uitsluitend gemeenschappelijke feesten werden gevierd zoals geboortejaren van de leden en bijzondere feestdagen met natuurlijk de bijbehorende banketten.

Er bestond nog een vierde soort collegium, de begrafenisvereniging. Dit zou je tegenwoordig kunnen omschrijven als een collectieve begrafenis verzekering. Wanneer een lid overleed werd zijn gehele begrafenis betaald uit de kas van de vereniging.
Oorspronkelijk was het ontstaan van collegia een burgerinitiatief dat door de staat werd getolereerd mits de voorschriften en regelgeving, de lex collegii, overeenstemde met de officiële geldende staatswetten en staatsinrichting.

Figuur 2: Voorbeeld van delen van een gilde - ledenlijst3

Overigens hielt de overheid weldegelijk toezicht op de collegia. Zo is er een overlevering bekend uit 186 voor Chr. die vertelt dat alle Dionysische verenigingen in Rome en Italië verboden werden omdat men in deze cultus een bedreiging zag voor de moraal en de orde.
Over de geschiedenis uit de begintijd van de gilden is verder weinig bekend. We horen pas weer iets in de eerste eeuw voor Chr. omdat er dan gilden zijn die een politiek machtsblok vormen en misbruikt worden om de verkiezingen voor de senaat te manipuleren en te verstoren. In 64 voor Chr. worden alle collegia verboden. Een verbod dat in 58 voor Chr. al weer wordt ingetrokken. De staatscontrole blijft vanaf dat moment echter van groot belang, met name voor die verenigingen waarbij de staat een speciaal belang had zoals bijvoorbeeld bij alles wat te maken had met de voedselvoorziening (navicularii, mensores frumentarii, pistores4 etc.) of bij de verenigingen die waren belast met het blussen van branden5. Elk collegium moest worden goedgekeurd door de senaat of door de keizer. Lidmaatschap van een collegium werd voor de genoemde doelgroepen verplicht. De verenigingen en hun leden moesten borg staan voor alle officiële uitgaven en hun kinderen werden op een gegeven moment zelfs verplicht om het vermogen van hun overleden vader te blijven investeren in hetzelfde beroepsgilde.

 

De organisatie
De gilden waren geen vakbonden en vertegenwoordigden niet de interesse van werknemers tegenover hun werkgevers. De werkgevers vormden namelijk de ruggengraat van de organisatie.

Figuur 3: Grafinscriptie van A(ulus) CAEDICIVS SVCCESSVS, quiquennalis van
het gilde van schippers die de Adriatisch zee bevoeren.6

De lenuncularii bijvoorbeeld, waren niet de roeiers of de crew, maar de eigenaren van de schepen. 
De leden bestonden uit gewone leden (plebs of populus) en uit de ordo van bestuurders. Tot deze laatste orde kon iedereen, dus ook slaven en vrijgelaten slaven, toetreden. 

De bestuursleden werden gekozen uit de leden. De algemene naam voor de belangrijkste bestuursfunctie was quinquennalis. Deze werd, zoals de naam al aangeeft, gekozen voor vijf jaar. De scheepsbouwers hadden er drie. Vaak waren er ook twee quaestores of curatores (penningmeesters), die verantwoordelijk waren voor de binnenkomende en uitgaande gelden. Deze gelden kwamen van inschrijvingsgelden, giften en ook testamenten.
Verder bestond het bestuur uit magistri

Figuur 4: Aula dei mensores (Hal van de graanwegers) in Ostia. Wellicht hun verenigingsgebouw.

Een bestuursfunctie had voornamelijk te maken met aanzien en macht binnen de gemeenschap. Daarnaast had het ook diverse voordelen, zo kregen zij tijdens de vele banketten grotere porties en ook een groter deel bij geldschenkingen.

Figuur 5: Gedenk altaar voor Cn. Sentius Felix8

Bij goed leiderschap konden ze worden geëerd met een inscriptie of standbeeld die ze overigens wel zelf moesten betalen. Als ze na vijf jaar of langer geen bestuurslid meer waren, bleef de titel bestaan als quinquennalis perpetuus of honoratus met dezelfde voordelen die ze tijdens hun ambt hadden.
Om het collegium nog meer aanzien te geven kon ook iemand met aanzien en geld buiten de beroepsgroep lid worden, zoals bijvoorbeeld een Romeinse senator. Deze werd dan patronus. C. Veturius Amandus, een Romeinse edelman, omschreven als ‘patronus et defensor V corporum lenunculariorum Ostiensium’, wordt herdacht door de lenuncularii : ‘ob insignem eius in defendendis se et tuendis eximiam diligentiam’ 7. Waarschijnlijk had hij de zakenbelangen van de lenuncularii verdedigd.
Ook ‘welgestelde’ vrouwen met aanzien konden patronus worden. Diverse leden van gilden waren ook patronus van een ander gilde omdat ze daar ook belang bij hadden. Cn.Sentius Felix, die snel opklom tot de hoogste functies in het stadsbestuur van Ostia, was zelf lid van het gilde van schippers die handel dreven in de Adriatische Zee, en daarnaast patronus van uiteenlopende andere gilden zoals die van de bankiers, de vissers, de wijnkooplui en vele andere.

Figuur 6: Reliëf met een dokwerker9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Scholae (verenigingsgebouwen)
In tegenstelling tot Rome waren er in Ostia, de havenstad van Rome, geen politieke gevaren of restricties voor de collegia. Bijna alles was georganiseerd in gilden. Zo had je naast het gilde voor de Navicularii (eigenaren van zeeschepen) ook gildes voor de schippers van roeiboten die dienst deden in de haven, de Lenuncularii. Deze waren weer onderverdeeld in kleinere gildes:

  • De lenuncularii tabularii auxiliarii – vingen zeeschepen op en begeleiden ze naar hun ligplaats;
  • De lenuncularii pleromarii auxiliarii – vervoerden de lading van een schip naar de wal als de schepen niet zelf konden afmeren;
  • De lenuncularii traiectus lucillii – de veerboten 

Verder waren er nog tal van beroepen die betrokken waren bij de scheepvaart en die allemaal hun eigen gilde hadden. Voor het bouwen van de schepen had je de fabri navales (de scheepsbouwers), de stuppatores (de breeuwers) en de restiones (de touwmakers).
Rondom de dokken en pakhuizen: de mensores frumentarii (graanwegers), de saccarii (sjouwers van de graanzakken), de phalangarii (sjouwers van amforen), de custodiarii (pakhuisbewakers), de gerulii (stuwadoors), de saburrarii (sjouwers van zand voor de ballast van een schip) en de urinatores (duikers die overboord gevallen lading weer opdoken).

Figuur 7: De Terme di Cisiarii (badhuis van de wagenmenners) in Ostia

Al deze collegia hadden een eigen ruimte nodig om bij elkaar te komen, een zgn. schola. Zo’n verenigingsgebouw werd het liefst gebouwd langs de grote doorgaande wegen zoals in Ostia langs de Decumanus Maximus waardoor ze meer opvielen. Bovendien was de grondprijs daar waarschijnlijk hoger dan in andere delen van de stad. Zo kon men zijn rijkdom tonen en meer sociaal prestige vergaren.
Sommige collegia hadden zelfs hun eigen badhuis zoals bijvoorbeeld de cisiarii (wagenmenners) in Ostia (zie Figuur 8)

 

 

 

 

Figuur 8: De Schola di Traiano. De peristilium tuin met het lange waterbassin.
Figuur 9: Plattegrond Schola di Traiano 10

De schola van Trajanus
Een van de grote collegia in Ostia had een gebouw dat nu bekend staat als ‘Schola di Traiano’. Het gebouw staat inderdaad langs de zuidelijke kant van de Decumanus. Alhoewel er van de vele scholae die zijn opgegraven in Ostia er slechts van één met zekerheid kan worden gezegd aan welke beroepsgroep ze toebehoorde11, wordt dit gebouw over het algemeen gezien als de schola van de navicularii (scheepseigenaren)12 wegens een inscriptie die in het gebouw is gevonden:
                                                  PACCEIO L(uci) F(ilio)
                                                  Q(uaestori) PR[o pr(aetore)]
                                                  NAVICVLARIEI(!) O[stienses]
                                                  QVOD IS PRIMVS SIM[ulacrum?]
                                                  STATVARIVM PRO [...]

“Aan Pacceius, zoon van Lucius, quaestor met pretoriaanse autoriteit, de scheepseigenaren van Ostia, omdat hij als eerste een [gebeeldhouwd portret ?]….”

De inscriptie (niet later dan de tijd van Augustus) is ouder dan het gebouw zelf. Dit geldt ook voor het in ruimte L gevonden standbeeld van Trajanus (zie figuur 1), waarvan tegenwoordig een kopie staat in het voorhuis en waaraan het gebouw haar huidige naam ontleent. Overigens is het niet vreemd dat deze objecten ouder zijn dan het gebouw zelf. Het gilde zat waarschijnlijk eerst op een andere locatie en nam diverse objecten bij de verhuizing mee.
Het bakstenen gebouw stamt uit 145 – 155 na Chr. en werd gebouwd op twee domus die hiervoor moesten worden afgebroken. Het is een langgerekt gebouw dat is aangepast aan de belendende gebouwen en daardoor halverwege een knik maakt.

Figuur 10: Wandschildering in een ruimte in het voorhuis.

Oorspronkelijk bestond het uit een voorgebouw met een grote peristilium tuin. In latere tijd is daar een achtergebouw bij gekomen. Het gehele voorhuis was overkapt en had minimaal een bovenverdieping. De tuin was oorspronkelijk aan alle zijden voorzien van een porticus. In het midden liep een lang, smal, met nissen uitgevoerd waterbassin.
Bij een tweede bouwfase in de 2e helft van de derde eeuw13  werden het einde van de tuin en het waterbassin in het zuiden ingekort om plaats te maken voor een tweede gebouwcomplex. Dit nieuwe gebouw is gebouwd in opus vittatum (tufsteen afgewisseld met lagen baksteen).

 
Figuur 11: De latrine met vier zitplaatsen

De centrale hal komt uit op de tuin en heeft twee zuilen met een spiraalvormige schacht. In de achterwand bevindt zich een halfronde nis. Deze zaal heeft een vloermozaïek dat duidelijk wijst op een triclinium (driezijdige aanligbank in eetzaal). In het zuidwesten van de omheinende muur is een kleine latrine met 4 zitplaatsen.
Op grond van de grootte en representatieve uitstraling wordt het gebouw in het algemeen gezien als een gildegebouw. Ook het open karakter van de ingang en de ruimten in het voorgebouw wijzen daarop. Het kan zeker geen privé gebouw zijn geweest. De verschillende zalen en de grootte van het peristilium zijn duidelijk bedoeld voor grote groepen mensen en feestbanketten, met name de aanbouw van een nieuwe eetzaal in de derde eeuw. Het is alleen vreemd dat er een cultruimte ontbreekt en ook de peristilium zien we in vergelijkbare scholae niet terug.

 

Figuur 12: De eetzaal in het achterhuis

 Wat voor de schola spreekt is het beeld van Trajanus. Zo’n beeld vind je niet in een particulier huis. Wellicht is het meegenomen door het gilde vanaf een vorige locatie. Verder spreekt ook een inscriptie met een lijst van namen die hier is gevonden voor een schola. Omdat de tempel van de fabri navales (scheepstimmerlieden) zich tegenover de Schola di Traiano bevindt koppelt men deze twee gebouwen wel aan elkaar mede omdat Trajanus met de bouw van de nieuwe haven (Portus) economisch zeer belangrijk was voor de scheepstimmerlieden. De schola zou in dat geval hebben toebehoord aan het collegium van de fabri navales. Daarnaast moet vermeld worden dat collegium en tempel ook verder uit elkaar gelegen konden zijn.

Figuur 13: De colonnade met daarachter de tempel van het gilde van de scheepsbouwers
  • Bronnen
  • -  Beate Bollmann: Römische Vereinshäuser – Umtersuchungen zu den Scholae der römischen Berufs-. Kult- und Augustalen-Kollegien in Italien; Mainz 1998
  • - Jan Theo Bakker: www.ostia-antic.org
  • - Russell Meiggs: Roman Ostia: Oxford 1993
  • Noten
  • 1:Over de diverse collegia is niet veel overgeleverd. Veel gegevens zijn afkomstig van brokstukken van inscripties met ledenlijsten die zijn teruggevonden. Ook de diverse verenigingsgebouwen zijn vaak moeilijk exact te duiden. Daarom lopen diverse meningen van wetenschappers vaak uiteen.
  • 2:Russel Meiggs (1902 – 1989)-Roman Ostia; Oxford At the Claridon Press, 1973. Meiggs deed het grootste deel van zijn onderzoek naar historisch Ostia tijdens de grote opgravingscampagne o.l.v. Guido Calza die duurde van 1938 tot 1942.
  • 3:De lijsten zijn meestal teruggevonden in stukken gegraveerd marmer. Deze lijst (CIL5356) noemt namen uit 179 -187 na Chr. Het is niet bekend van welk gilde. De linker rij toont patroni (beschermheren), Kolommen 2, 3 en 4 noemen de voorletters, familie- en bijnamen van de leden van het plebs, dus gewone leden.
  • 4:navicularii = scheepseigenaren, mensores frumentarii = graanwegers, pistores = bakkers, molenaars.
  • 5:Vanaf het midden van de eerste eeuw na Chr. werden er een speciale eenheid soldaten tijdelijk belast met het blussen van branden, de vigili. Deze vigili waren niet verenigd in een collegium (bron J.Th.Bakker).
  • 6:Foto www.ostia-antica.org; AE 1987, 191. Photograph: Bill Storage. Inscriptie: A(ulus) CAEDICIVS SVCCESSVS SEVIR AVG(ustalis) IDEM QVINQVENN(alis) CVRATOR NAV(i)CVLARIOR(um) MARIS HADRIAT(ici) IDEM QVINQVENNALIS FECIT SIBI ET CAEDICIAE THEMIDI LIB(ertae) ET A(ulo) IVLIO EPAGATHO ET PONTVLENAE PYRALLIDI VXORI EIVS LIBERTIS LIBERTAB(us) POSTERISQ(ue) EORVM IN FRONTE P(edes) IX IN AGRO P(edes) XXXV
  • 7:Meiggs Roman Ostia, pag. 314
  • 8: CIL XXIV: 409. Momenteel in de Galleria degli Uffici in Florence.
  • 9: Reliëf uit Ostia waarop een dokwerker voedsel lost van een boot. (tweede helft van de derde eeuw na Chr.), Nationaal Museum van Romeinse badhuis van Diocletianus (13271432024)
  • 10:Bollmann 1998: abb. 13
  • 11:Caseggiato dei Triclini (schola van de bouwers)
  • 12:Tegenover de Schola di Traiano bevindt zich de Tempio dei Fabri Navales (tempel van de scheepsbouwers). Daarom zijn sommige wetenschappers van mening dat de Schola di Traiano het verenigingshuis was van de scheepsbouwers.
  • 13:Datering: T.L. Heres 330/340 na Chr. Heres 1982, 525

Waardeert u ons werk?

Steun ons dan door een donatie te doen!

Recente artikelen & projecten

Het collegium, het Romeinse gilde

Het collegium, het Romeinse gilde

Ergens in de eerste eeuw na Chr., wanneer precies is niet bekend, verenigden de schippers zich in een beroepsvereniging, een collegium.........

Lees meer...

Londinium

Londinium

In hun expansiedrift om de rest van de wereld ook bij hun rijk in te lijven en zodoende mee te laten genieten van hun ‘beschaving, vrede en welvaart’ . ........

Lees meer...

Een Joodse haven voor de keizer.

Een Joodse haven voor de keizer.

Op een kuststrook in Noord-Centraal Israël, tussen Tel Aviv en Haifa werd tussen de jaren 20 en 10 voor Chr........

Lees meer...

De verdwenen haven van Pisa

De verdwenen haven van Pisa

Na enig onderzoek blijkt al snel dat ‘de’ haven van Pisa niet bestaat...

Lees meer...

ALEXANDRIE, De grootste van alle havens

ALEXANDRIE, De grootste van alle havens

Alhoewel we weten dat Alexandrië werd gebouwd door Alexander de Grote, hij bouwde niet de eerste haven op die locatie.

Lees meer...
Laatste nieuws

About Roman Ports

Amor and PsycheWe are committed to providing versions of our articles and interviews in several languages, but our first language is English.

Please become a member of the Facebook group, which is our main communication platform. There you can learn about upcoming events and items of interest, post your own photos, or share any stories or general questions you may have.

If you have specific questions about our organisation, questions about financial issues, if you would like to assist in the production of our online magazine, or if you have specific requests or ideas for content, use our contactform below. You can contact us in any language!