24 Apr 2020

De haven van Volterra

peutinger
Foto 1: Velinis-Vadis Volaterris op de Tabula Peutingeriana1

“Als ik de regio van Volaterra, toepasselijk 'The Shallows' genoemd, binnenloop zoek ik mijn weg door het diepe deel van het verraderlijke kanaal. Bij de boeg kijkt de uitkijk naar het water eronder en geeft aanwijzingen aan de roerganger achter hem, terwijl hij ze begeleidt met waarschuwende kreten. Een grens aan elke kant markeert de lastige versmallingen door een paar bomen en presenteert een rij palen die erin zijn geslagen: hieraan is het de gewoonte om hoge lauweren te bevestigen die gemakkelijk te zien zijn vanwege hun takken en dichte gebladerte, zodat, hoewel de schuivende oever van dikke modder zijn massa zeewier toont, een duidelijke doorgang de geleidingstekens onaangetast kan laten. Daar werd ik gedreven om een halt toe te roepen door een verscheurde noordwester van het soort dat de diepten van het bos niet zal verbrijzelen. Schuilend veilig onder een dak hebben we de meedogenloze regens doorstaan: het aangrenzende buitenplaatsje van mijn eigen Albinus werd mij ter beschikking gesteld.” 

Met deze woorden beschreef de Romeinse poëet Rutilius Namatianus in de 5e eeuw na Chr. in zijn De Reditu Suo3, zijn aankomst in de haven van Vada Volaterra. Niet alleen Namatianus noemde deze haven, ook andere klassieke schrijvers waaronder Cicero en Plinius schreven over de plaats die, waarschijnlijk om zijn moerassige positie, oorspronkelijk Vada werd genoemd en later, in de Romeinse republiek, Vada Volaterrana omdat het een deel werd van het Volterrae district was dat waarschijnlijk liep vanaf Volterra tot aan de smalle rivier die nog steeds de naam Fine draagt.4.

Foto 2: Romeins theater van Volterra (eerste helft van de eerste eeuw na Chr.)

Volaterrae
Volaterrae, modern Volterra, was een van de belangrijkste Etruskische steden in het hart van Toscane gelegen op de top van een van nature beschermde en goed verdedigbare heuvel.
Vanaf de 8e eeuw voor Chr. begonnen de eerste, door Etrusken bewoonde, dorpjes zich te ontwikkelen en vanaf de 6e eeuw voor Chr. werden het echte steden met stenen ommuringen en tempels en zelfs een eigen munt. Met andere woorden, een nieuwe politieke gemeenschap.
Gedurende deze eeuwen wist de stad Volaterrae haar macht te stabiliseren over een uitgestrekt terratorium dat rijk was aan minerale grondstoffen en zoutketen. De stad was verbonden met de kust via de Cecina riviervallei, die in de antieke tijd de belangrijkste handelsroute naar de Middellandse Zee vormde.
Aan het begin van de derde eeuw voor Chr. kwam de stad, net als alle andere Etruskische steden, onder het gezag van Rome. De decennia dat Volaterrae een bondgenoot van Rome was waren zeer winstgevend voor de stad en haar omgeving, speciaal tegen het einde van de republiek toen Octavianus land in Etrurië schonk aan veteranen uit de slag bij Actium (31 voor Chr.). De stad werd verrijkt met een theater, thermaal baden en vele huizen kregen decoratieve mozaïek of marmeren vloeren, hetgeen laat zien hoe welvarend het gebied werd 5.

Foto 3: Dressel type amforen geladen in een schip6

Langs de kustlijn bouwden de vooraanstaande heren van Volaterrae hun villa’s en ontwikkelden ze de productie van wijn die in amforen tot aan de westelijke provincies van het keizerrijk werden geëxporteerd.
Het achterland van Vada Volaterrana was ook dicht bevolkt. Er waren wel 6 grote centra voor de productie van amforen van het Dressel 1 type, bakstenen en ander aardewerk. Deze werden verspreid via de vlakbij gelegen Via Aurelia en de Via Aemilia.
Gedurende de regering van keizer Augustus breidde Volaterrae haar invloed sterk uit. Zoals we eerder al zagen bij andere delen van het Romeinse rijk gold dat ook voor de havens en havensteden, die van een eenvoudige natuurlijk ankerplaats werden geüpgraded naar kunstmatige structuren om overzeese handel mogelijk te maken. Volaterrae was wel geen megastad maar opereerde wel als een centraalpunt voor de bewoners uit het achterland en had derhalve ook behoefte aan een uitbreiding van haar eigen haven voor de in- en export van goederen.

Vada Volaterrana
Ten noorden en ten zuiden van de mond van de rivier, gelegen in een lagune en baaien, goed beschermd tegen de belangrijkste golfstromen werd een havensysteem gecreëerd dat geschikt was voor de aankomst van goederen en de export van lokale producten.
Dit havensysteem, Vada Volaterrana genoemd, lag tussen de rivieren Fine en Cecina en gebruikte beide rivieren om het achterland te bereiken. Volgens de Itinerarium Maritimum7 was de haven 25 miles van Populonia en 18 miles van Portus Pisanus (zie artikel ‘De verloren haven van Pisa’) verwijderd. De Italiaanse kusten waren ten tijde van de Romeinen om diverse redenen, waaronder efficiëntie en kosten, uitgerust met vele kleinere ankerplaatsen zoals Vada. Het belangrijke aspect van deze vele plaatsen is hun bijdrage aan de verbondenheid van het gehele Middellandse Zee gebied.

Foto 4: De mogelijk ankerplaatsen in relatie tot de ondiepten.

Vada was een bekende ankerplaats, en met de rivieren Cecina en Fine en het vlakbij gelegen wegsysteem was Vada een goede kandidaat om handel te drijven niet alleen binnen haar eigen achterland maar in heel Toscanië inclusief Volaterrae. 8 Er was, ook voor de heropleving in het Augustus tijdperk, altijd al enige vorm van haven geweest in Vada Volaterrana. Plinius claimde dat het tussen 83 en 81 voor Chr. een belangrijke halte was op de reis van Gaul (Frankrijk) naar Italië en daarom was het niet verwonderlijk dat deze plaats zou uitgroeien tot een haven waar aan de groeiende behoefte van een nieuw tijdperk kon worden voldaan.
Antiek Vada Volaterrana ligt onder de moderne stad, terwijl het oude haven bassin waarschijnlijk begraven ligt onder de moderne pier van het bedrijf Solvay die gebruikt maakt van de goede ankerplaats en de beschermende zandbanken.
Daarom kunnen tot op de dag van vandaag de eigenlijke antieke haven faciliteiten niet worden bestudeerd en moeten we gebruik maken van alternatief vergelijkbaar materiaal. Het ligt voor de hand dat de grootte van het achterland van een haven, en dus de omvang van de bevolking en de economie die daarvan afhankelijk zijn wordt weerspiegeld in de grootte van de haven, de pakhuizen en de lengte van de werven. Echter, het gebrek aan bewijs voor de grootte van de haven en werven in het geval van Vada Volaterrana noopt ons te kijken naar het enige pakhuis en bijhorende gebouwen dat we nog wel kunnen onderzoeken.

 

 

 

Het Vada Volaterrana havenkwartier 

Foto 5: Graafwerkzaamheden in het Havenkwartier


Dit havenkwartier werd gebouwd ten tijde van de republiek en de ruïnes ervan liggen net iets buiten de moderne stad Vada. Als gevolg van de expansie in de tijd van Augustus werd ook dit havengebied systematische gerenoveerd hetgeen het vermoeden doet rechtvaardigen dat ook de haven faciliteiten werden aangepast.
De belangrijkste haven in dit havensysteem lag iets ten noorden van de riviermond en staat bekend onder de naam Geatano di Vada. Sinds de tachtiger jaren organiseert de Universiteit van Pisa in samenwerking met de Archeo Data Cooperativà hier een veldschool voor onderzoek naar de restanten van dit havenkwartier.
De afgelopen jaren zijn er al diverse gebouwen binnen de commerciële wijk van Vada Volterrana opgegraven: twee badhuizen, een grote horreum (pakhuis) met minstens 36 cellen, een grote watertank, een monumentale fontein die gebruikt werd voor drinkwater voor de dieren die belast waren met het transporteren van de goederen in en uit het pakhuis, het hoofdkantoor van het collegium (gilde) dat de activiteiten in het pakhuis coördineerde en verschillende andere, nog niet geïdentificeerde, gebouwen. De ontdekking van deze gebouwen is daarom zo belangrijk omdat de grootte en de bouwtechnieken een direct inzicht kunnen geven in die van de verloren haven zelf.
Laten we eens kijken naar de afzonderlijke gebouwen.

Foto 6: Archeologische site: A Klein Badhuis, B Horreum, C Cisterne, D Grote Badhuis, E Fontein, F Schola, G en H gebouwen in onderzoek, I , L and M Gebouwen worden nog verder opgegraven.9
Foto 7: Le piccole Terme9

Het Kleine Badhuis (A)
Reeds in het jaar 1958 zijn er verscheidene ruimtes van dit badhuis aan het licht gebracht. Bij de start van de campagne in 1959 werden er nog meer ruimtes blootgelegd waaronder één met een interessante verzonken badkuip met een vloer van wit mozaïek en loden afvoerpijpen.
Het badhuis, gebouwd in de 2e eeuw na Chr, was structureel en functioneel verbonden met het eerder gebouwde horreum en kon alleen worden bereikt vanuit het pakhuis.
In tegenstelling tot het grote badhuis (D), een openbaar badhuis dat werd beheerd door een conductor (pachter), was het kleine een privé badhuis voor het personeel, bezoekers en clientèle van het horreum (B).

Ruimte I heeft een fundering van cement vermengd met kiezel dat bijna de gehele vloer beslaat. Deze vloer diende als behuizing voor bronzen reservoirs met heet water. In de oostelijke muur zien we een behuizing voor een terracotta afvoersysteem dat het water leidde naar de ruimtes IV en V, de caldarii (warmwaterbaden).

Foto 8: Piccole Terme, rouimte I

Ruimte II was een service ruimte hoofdzakelijk voor ruimte I. Er was een kleine trap om makkelijker bij de bronzen containers met warm water in ruimte I te kunnen.

Ruimte III is het praefurnium (stookruimte) om de caldaria (warmwater baden) IV -V en tepidarium (lauw waterbad) VIII te verwarmen.

Ruimte IV-V zijn caldaria waarin de zwevende vloer van het hypocaustum bijna geheel is verdwenen. Wel zijn er nog de plaatsen te herkennen waar twee labrii (waterbassins) voor heet water stonden, de ene tegen de westelijke muur en de andere aan de noord zijde.
De verwarmde ruimtes IV – V, VII, VIII en IX beschikten alle over een hypocaustum systeem (verwarmde vloer).10

In ruimte VI was een trap die als enige toegang gaf tot ruimte XVII die buiten het hoofdgebouw lag.

Ruimte VII was een ruimte die gebruikt werd als caldarium of als tepidarium (zie ruimte VIII).

 Foto 9: Frigidarium X met de marmeren bank.

Room VIII was waarschijnlijk een tepidarium. In deze ruimte is een mooi stuk van de marmeren vloer bewaard gebleven.

Room IX was een vestibulum met een vloer van Grieks marmer die nog deels aanwezig is.

Room was het enige frigidarium (koud waterbad) in het complex. Het vertrek werd in beslag genomen door een kleine kuip die in de marmeren vloer was verzonken. Langs de oostzijde is een marmeren bank van zo’n 15 cm hoog. De marmeren platen zijn met elkaar verbonden door bronzen klemmen. Het afvalwater werd naar zee afgevoerd via een kanaal gemaakt van tegels.

Room XI wordt, getuige het hypocaustum systeem met verticaal geplaatste tegels die vastgezet zijn met metalen krammen en de directe connectie met praefurnium XII, geïdentificeerd als een sudatio (zweetruimte).

Foto 10: Hypocaustum in ruimte XI (sudatio)

Room XII was een klein praefurnium met aan de westkant een ingang voor de stokers.

Room XIII (5,10 x 3,90 m) wordt gedomineerd door een ronde, 1,5 m diepe cisterne (watertank).

Room XIV is een kleine ruimte in de vorm van een exedra (halfronde nis) tegen vertrek XIII. De oorspronkelijke functie is onbekend.

Room XV – XVI konden worden bereikt vanuit cel 9 van het horreum. Ruimte XV was overdekt maar XVI was een open ruimte. Deze open ruimte kan hebben gediend als palestra (sportruimte) of solarium met een kleine halfronde porticus. De overdekte ruimte XV zou een ambulation (wandelruimte) kunnen zijn geweest.

Foto 11: Ruimte XVII

Room XVII ligt buiten het badhuiscomplex maar is er wel functioneel mee verbonden. Net als in andere badhuizen had ook dit badhuis een multifunctionele ruimte voor onder andere de opslag van stookhout, afval, constructiemateriaal, reserve onderdelen etc.

 

 

 

 

Het Horreum (B)

Foto 12: Het horreum verbonden met het kleine Badhuis9

Het pakhuis dat dit hele havenkwartier domineerde, had 36 cellen voor opslag en was verbonden met het private badhuis (A) dat er aan grensde. De enige ingang tot het badhuis bevond zich in cel 9 van het pakhuis.
De talrijke vondsten in het pakhuis waaronder munten doen sterk vermoeden dat dit opslagcomplex, dat waarschijnlijk werd gerund door de leden van het aangrenzende gilde van dendrophori (boomdragers), niet een openbaar maar een privé gebouw was.
Het horreum, gebouwd in opus caementicium11, was rechthoekig en de cellen waren rond een centraal gelegen en omzuilde binnenplaats gelegen. De cellen waren symmetrisch en liepen van oost naar west.
De ingang lag niet naar zee gericht, maar juist er tegenover. De toegang zelf was ongeveer 1,80 m breed zodat er slechts ruimte was voor een rustige stroom van goederen in en uit de cellen. De opgeslagen goederen bestonden voornamelijk uit amforen met wijn, olie, garum (vissaus) en levensmiddelen. Van andere goederen zijn geen sporen gevonden. 12 

Foto 13: 3D reconstructie van het horreum horrea en één van de cellen.13

 Cisterne (C)
Dit gebouw wordt gezien als een bovengronds waterreservoir dat door de hele buurt werd gebruikt.14.

Het Grote Badhuis (D)

Foto 14: Le Grandi Terme (Terme Publicche)9
Foto 15: Het frigidarium (3)

Het badhuis werd waarschijnlijk gebouwd aan het begin van de eerste eeuw na Chr. Er zijn geen versierende ornamenten gevonden die bij het badhuis hoorden. Slechts de tegelvloer van ruimte 4, de vestibule, is nog aanwezig alsmede de marmeren bekleding van de vloer en de muren van ruimte 3, het frigidarium (koudwaterbad). Er zijn wel talrijke vloer en muur platen van Italiaans en provinciaal marmer gevonden, maar helaas allemaal zonder context.
Komende over de gewelfde palestra (sportschool), ruimte 1 en 2, ging men ruimte 5 binnen, een geschilderde vierkante ruimte waarschijnlijk gebruikt als apodyterium (kleedruimte).
Bezoekers konden van daar uit rechtstreeks naar ruimte 9, het laconicum (zweetbad), met een kleine exedra in de oost muur waarin het labrum (kokend water bassin) was geplaatst (getuige de delen van het support en enkele rode vlekken op de tegelvloer).
Na het verblijf in de sudatio (zweetruimte) konden cliënten worden doorgestuurd naar ruimte 11, het tepidarium (lauw waterbad) en vervolgens naar ruimte 14, het caldarium (warmwaterbad) dat twee exedrae (13 en 15) had waarin waarschijnlijk banken stonden om te relaxen. In exedra 13 zijn sporen van de marmeren muurbekleding bewaard gebleven.

Foto 16: Het caldarium (14)

Zowel het caldarium als het tepidarium had een zwevende vloer met een hypocaustum systeem (vloerverwarming). De baden werden verwarmd door het grote preafurnium (stookruimte) (ruimte 12) die was verbonden met ruimte 10, een verpoos ruimte voor de fornacarii (stokers) die daar konden schuilen voor de enorme hitte van de verbrandingsoven.
De logistiek van de verwarmde ruimten vroeg om een tweede, veel kleiner preafurnium (ruimte 16) die o.a. werd gebruikt om exedra 15 te verwarmen. Waarschijnlijk was er ook een tweede sudatio.

Foto 17: Water afvoer van het frigidarium
Foto 18: De trapjes in het frigidarium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van het westelijke frigidarium (3) zijn grote delen van de muren bewaard gebleven. Hier was een ovale kuip die men bereikte via vestibulum 4, waarvan zowel de vloer in opus sectile15  als de marmeren muren deels nog aanwezig zijn.
Men daalde af in de kuip via twee kleine, halfronde trappen bestaande uit drie, met marmer beklede, treden.
Ook in dit bad kan je nog de loden waterafvoer zien die leidt naar een klein afvoerkanaal (A).
Ten oosten van de ruimtes 10 en 12 vinden we een zoetwaterput die verbonden is met het badhuis. Dit water was waarschijnlijk niet alleen voor het personeel van het badhuis, maar ook voor arbeiders van andere werkplaatsen ten oosten van het badhuis.

Foto 19: De latrine (18)

Aan de oostzijde van de vestibulum (4) bevindt zich een latrine (18).

Foto 20 De put (E)

Aan het einde van de 6e eeuw/begin 7e eeuw werd de put gebruikt als dumpplaats voor afval. Ook frigidarium 3 werd later gebruikt voor het dumpen van allerlei materiaal waaronder fragmenten van het standbeeld van de god Attis, honderden stukjes tubuli (kleine buizen), fragmenten van gekleurde muurschilderingen, keramiek en stukken van een ander standbeeld.

De Fontein (E)
Deze fontein staat in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van het pakhuis en wordt daarom gezien als een drinkplaats voor man en paard betrokken bij het laden en lossen van de goederen in het pakhuis.

De Schola (F)

Foto 21: Schola – rode pijlen zijn ingangen; blauwe pijlen zijn afvoerpijpen 19

Het havenkwartier huisde ook een collegium voor gildeleden die verantwoordelijk waren voor het reilen en zijlen in het pakhuis. Waarschijnlijk was dat het gilde van de dendrophori (boomdragers)18. Zij waren aanbidders van de oosterse godin Cybele, wier geliefde Attis’ beeld in stukken is teruggevonden in het frigidarium van het openbare badhuis waar het kennelijk in de late antieke tijd met opzet kapot was geslagen. Het standbeeld dat dateert uit de eerste helft van de 2e eeuw na Chr, was gemaakt van wit marmer uit Klein Azië. Gebouw F vertoont nog verschillende andere culturele aspecten.

 Foto 22: Beeld van Attis

 

 

 

De schola heeft een oppervlakte van 650 m2 en is symmetrisch gebouwd. De hoofdingang is 4,5 meter breed, had verschillende bogen en was geplaatst aan de oostzijde van het gebouw. De ingang stond in lijn met de ingang van de zuilengalerij (7) en de vierkante constructie (C) In het midden van de open ruimte (6).
De galerij (7) leidde aan de zuidkant naar de ruimtes 1- 4 en aan de noordkant naar de ruimtes 8 -11, had geschilderde muren en werd begrensd door een serie zuilen. Aan de oostelijke muur waren twee exedrae. In ruimte 6 zien we de vierkante stenen structure C, (wellicht een altaar of basis van een standbeeld) en een ronde put (D). De vierhoekige ruimte (5) wordt gekarakteriseerd door vier zuilen die eens wellicht een tweede verdieping en een dak ondersteunden.
Ruimte 8 was waarschijnlijk een service ruimte en 9 en 10 werden gebruikt voor opslag. In ruimte 1 was een ronde put met een diameter van 90 cm en een diepte van 84cm die werd gebruikt voor het dumpen van afval.
Bodemonderzoek heeft een aanzienlijke hoeveelheid aan vondsten opgeleverd die worden gekarakteriseerd door het substantieel gemis van transportverpakking en door de aanwezigheid van voorwerpen van doorgaans hoge kwaliteit. De gevonden keramiek fragmenten duiden op een datering uit de nadagen van Augustus of, op z’n laatst, uit de tijd van Tiberius.

Gebouw G 
In het zuidelijke gedeelte van dit gebied staat een interessant gebouw dat dateert uit de tweede eeuw na Chr. en waarvan de functie nog onbekend is. Het gebouw heeft drie apsissen met opmerkelijke muur schilderingen rondom een open vierkant plein. Oorspronkelijk werd het gezien als onderdeel van het collegium, alhoewel overblijfselen van de originele stijl het gebouw dateren uit de eerste eeuw na Chr. en het daarmee maakt tot het oudste gebouw uit het havenkwartier.

Complex H
Buiten gebouw G en ingebed in wat nu complex H wordt genoemd is een binnenplaats met een bassin en een oven. Het gebouw is geanalyseerd met GPR. Het mat 4 bij 5,3 m en had 90 cm dikke muren. Er waren twee grote apsisvormige ruimten. Sommige lezingen meenden in de ruïnes een watertank te herkennen, anderen zagen de restanten van een trappenhuis; als dat laatste waar is dan moet er ook een tweede verdieping zijn geweest. Latere ontdekkingen suggereerden dat complex H, en dus het gebouw, op de een of andere manier iets te maken had met de terracotta pijpleiding naar de fontein.

Gebouw I tot L

Foto 23: Sector I tot L in de eerste en de derde eeuw na Chr. 

Op dit gedeelte van het terrein worden nu nog steeds vopgravingen verricht en onderzoek gedaan door de veldschool van de Universiteit van Pisa.
Aan het einde van de eerste eeuw na Chr. werd er in dit gebied een groot rechthoekig gebouw neergezet op een plaats waar daarvoor nog niets had gestaan. Het gebouw, waarvan de functie nog onbekend is, bestond uit zes vierhoekige ruimtes. Wellicht was er een binnenplaats langs de meest noordelijke muur.

Foto 24: Luchtopname van sector I till L

Drie ruimtes beschikten over een vloer gemaakt van meerdere lagen klei vermengd met potscherven. De poging om goed doorlatende vloeren te maken bewijst dat deze ruimtes bestemd waren voor de opslag van goederen die tegen vochtigheid beschermd moesten worden, zoals graan.
Sinds 2016 vermoed men echter dat dit gebouw meer interventies onderging, bedoeld om het vorige plan en - waarschijnlijk - de functies ervan te veranderen. De meest noordelijke kamer zou een bakkerij moeten zijn geweest, gebouwd tussen het einde van de 2e en het begin van de derde eeuw na Chr, samen met de eerdere kamers toegevoegd aan de zuidoostelijke hoek van het rechthoekige gebouw.
In de zuidelijke sector wordt het onderzoek momenteel gefocust op ruimte 9, waarin tijdens de opgraving, die gestart werd in 2017, al een metaal werkplaats uit de 7e eeuw na Chr. werd blootgelegd. Na het verwijderen van de lagen van de werkplaats en de structuren werd er een verzonken vloer zichtbaar die gemaakt was van klei, mortel en vele kleine stukjes aardewerk. Door die stukje aardewerk kon ruimte 9 en andere structuren in de zuidoost hoek van het rechthoekige gebouw, zoals de kleine ruimte 8, worden gedateerd op de helft van de derde eeuw na Chr. Een loden gewicht in de vorm van een vijg is duidelijk gerelateerd aan het gebruik van dit gebied voor de handel in voedsel zoals we al zagen bij de bakkerij die in de noordelijke sectie werd opgegraven.

 

 


  • Sources
  • - Le Terme Publiche nell’ Italia Romana (II secolo a.C. – fine IV secolo d.C). Seminario Internazionale di studio, Roman 2018 a cura di Maura Medri e Antonio Pizzo.
  • - Vada Volaterrana - Le Piccole Terme da Simonetta Menchelli e Paolo Sangriso
  • - Vada Volaterrana – Le Grandi Terme da Simonetta Menchelli e Paolo Sangriso
  • -The Vada Volaterrana Harbour project – www.diggingvada.com
  • - VADA VOLATERRANA: A COMPARISON OF ROMAN HARBORS AND THEIR PLACE WITHIN MEDITER-RANEAN CONNECTIVITY by Sara Spatafore April, 2017
  • - Una schola ai Vada Volaterrana by Paolo Sangriso (Fasti )nline Documents & Research)
  • Notes
  • 1:Tabula Peutingeriana: ancient Roman road map originally from the 4e/5e century AD
  • 2: in Volaterranum, vero Vada nomine, tractum ingressus dubii tramitis alta lego: despectat prorae custos clavumque sequentem dirigit et puppim voce monente regit. incertas gemina discriminat arbore fauces defixasque offert limes uterque sudes: illis proceras mos est adnectere lauros conspicuas ramis et fruticante coma, ut praebente algam densi symplegade limi servet inoffensas semita clara notas. illic me rapidus consistere Corus adegit, qualis silvarum frangere lustra solet. vix tuti domibus saevos toleravimus imbres: Albini patuit proxima villa mei.
  • 3: De reditu suo, a Latin poem in elegiac metre, describing a coastal voyage from Rome to Gaul in 416 AD.
  • 4: Emanuele Repetti, in his Geographical Physical Historical Dictionary of Tuscany (Florence, 1843)
  • 5:Pasquinucci et al. 2012:149;Iacophini et al. 2012:58
  • 6: Photo Wikipedia (Ad Meskens)
  • 7: The Antonine Itinerary (Latin: Itinerarium Antonini Augusti, lit. "The Itinerary of the Emperor Antoninus") is a famous itinerarium, a register of the stations and distances along various roads. Probably ascribed to the patronage of Caracalla. The Itinerarium Maritimum Antonini is the part describing the seaways.
  • 8: Pasquinucci and Menchelli 2005:397
  • 9:Laboratorio di Topografia antica, UniPi.
  • 10: Hypocaustum: a Roman heating system. Hot air was brought between the basement and a, on small brick columns floating floor (see photo 10)
  • 11: Opus caementicium: Roman concrete based on a hydraulic-setting cement.: Lespinasse et al. 1982
  • 12:Pasquinucci and Menchelli 2005:395-396
  • 13: Photo: Courtesy of Digging Vada Volaterrana
  • 14: Tolle. Kastebein 1993, 173.
  • 15: An art technique popularized in the ancient and medieval Roman world where materials were cut and inlaid into walls and floors to make a picture or pattern.
  • 16: Sangriso, Marini 2010
  • 17: Valeri 2017
  • 18: This name of Tree-bearers had to do with the pine-tree that was sacred to Attis
  • 19: Artwork R. Marchesch
Recente artikelen & projecten

Tarracina, de vierde haven van Trajanus.

Tarracina, de vierde haven van Trajanus.

Tarracina lag op een tamelijk strategisch punt: namelijk op de plaats waar de Volsci heuvels uitlopen in de Tyrreense Zee ....

Lees meer...

Nero's haven in Antium

Nero's haven in Antium

Volgens de Griekse historicus Xenagoras werd Antium gesticht door Anthias, zoon van Odysseus en ....

Lees meer...

De haven van Volterra

De haven van Volterra

 Als ik de regio van Volaterra, toepasselijk 'The Shallows' genoemd, binnenloop zoek ik mijn weg door het diepe deel van het verraderlijke kanaal....

Lees meer...

OP ZOEK NAAR DE ‘HAVEN’ SAINT MARTIN LE BAS

OP ZOEK NAAR DE ‘HAVEN’ SAINT MARTIN LE BAS

 In de gemeente Gruissan ligt het eiland Saint Martin op enkele tientallen kilometers van Narbonne. ......

Lees meer...

De Romeinse reders

De Romeinse reders

In het algemeen kunnen we de term navicularius (enkelvoud van navicularii) het best vertalen met ‘reder’ ......

Lees meer...
Laatste nieuws

About Roman Ports

Amor and PsycheWe are committed to providing versions of our articles and interviews in several languages, but our first language is English.

Please become a member of the Facebook group, which is our main communication platform. There you can learn about upcoming events and items of interest, post your own photos, or share any stories or general questions you may have.

If you have specific questions about our organisation, questions about financial issues, if you would like to assist in the production of our online magazine, or if you have specific requests or ideas for content, use our contactform below. You can contact us in any language!