23 Jan 2017

De Terme Taurine bij Civitavecchia

Door Luca Seidenari

Het archeologische gebouwencomplex van deze badhuizen, ook bekend als de Terme Traiano, bevindt zich zo’n 4 km ten oosten van het centrum van Civitavecchia op een heuvel gesitueerd langs de oude weg naar Tolfa. Het Romeinse badhuis werd opgetrokken in de nabijheid van een zwavelhoudende waterbron. Het gebruik van deze bron was al heel oud: haar therapeutische werking was reeds bekend in de prehistorie. Alhoewel het gebruik van thermale water al zeker bekend was bij de Etrusken, werd het pas geoptimaliseerd gedurende de Romeinse tijd.

Een deel van de Tabula Peutingeriana met Centumcellae en Aquae
Tauri ( XII-XIII eeuwse kopie van een antieke Romeinse Kaart.)

Het badhuis dankt zijn naam aan een kleine Etruskisch-Romeinse nederzetting, Aquae Tauri genaamd, vlakbij de Colle della Ficoncello gelegen.
Er bestaat echter ook een legende over het ontstaan van de naam. Volgens deze overlevering, opgetekend door de Romeinse dichter Rutilio Namaziano, een voormalige prefect van Rome, die het badhuiscomplex bezocht in 416 na Chr., zou een stier (Taurus in Latijn) met zijn hoef de grond hebben open geschraapt, zoals stieren doen voor ze in de aanval gaan, waardoor er een thermale bron tevoorschijn kwam. De stier zou een personificatie van een god zijn geweest, waarschijnlijk Jupiter, de belangrijkste God voor de Romeinen. De dichter verwijst ook naar de Griekse mythologie om deze hypothese te onderbouwen daar volgens die mythologie thermale bronnen alleen door bemiddeling van goden konden ontstaan. Natuurlijk was dit voor de antieke mens tevens de verklaring waarom de kwaliteit van het thermale water zo buitengewoon hoog was.
De andere naam van de plaats, Terme di Traiano, komt eigenlijk van een verkeerde interpretatie van de ruïnes: vele jaren lang werden de restanten van de Romeinse gebouwen die nog te zien waren, beschouwd als overblijfselen van de grote villa die keizer Trajanus aan het begin van de tweede eeuw na Chr. in deze omgeving had laten bouwen. Over deze villa werd al geschreven door de schrijver Plinius de Jongere (zie artikel ‘Centumcellae, de haven van Trajanus'). Deze villa wordt tegenwoordig gelokaliseerd op een heuvel, Belvedere genaamd, circa een kilometer van de kust middenin militair gebied.

Het republikeinse badhuis

De vroegste opgravingen van dit archeologische gebied dateren uit 1777 en staan op naam van het R. K. bisdom, maar de gebouwen zijn pas goed onderzocht gedurende de twintigste eeuw.
De diverse nog zichtbare overblijfselen kunnen worden onderverdeeld in twee aparte groepen, die in verschillende tijden zijn gebouwd: de zogenaamde Republikeinse Thermen, gerealiseerd in het midden van de eerste eeuw voor Chr. en bestaande uit muren opgebouwd uit een ruitvorm van regelmatige tufsteen, ‘opus reticolatum’ genoemd, en uit de Keizerlijke Thermen die gebouwd zijn tussen 123 en 139 na Chr. onder keizer Hadrianus, herkenbaar aan het gebruik van baksteen. Natuurlijk hebben er in de loop van de tijd veel restauraties en veranderingen aan het complex de plaats gevonden.
Tijdens het keizerrijk was er een opmerkelijke toestroom van mensen, dan wel vanuit Rome dan wel van uit andere locaties door de aanwezigheid van de haven van Centumcellae (Civitavecchia) en van de villa van de keizer. De val van het Romeinse Rijk aan het einde van de vijfde eeuw zal al snel de teloorgang van het bad complex hebben teweeggebracht met wellicht een korte opleving tussen de vijfde en zesde eeuw ten tijde van Theodorik de Grote. Aansluitend aan die periode, waarschijnlijk door de lange oorlog tussen Byzantium en de Goten die zich op deze plaats afspeelde, raakten de baden definitief buiten gebruik. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de exploitatie van de thermale baden, waarvan het water natuurlijk bleef doorstromen in de verlaten gebouwen en later in de ruïnes, nooit helemaal verdween. In feite zijn er tijdens grondwerkzaamheden van het grote caldarium (warmwaterbad) uit het keizertijd brokstukken van badkuipen gevonden uit de zesde eeuw, de periode na de sluiting.

Het deels onontgonnen gebied waarop het grote moderne huis staat..

Op het archeologische terrein zijn nog diverse zones die onderzocht moeten worden. Voor de Republikeinse Thermen moet het gebied aan de noordwest kant nog worden opgegraven, terwijl het gedeelte van de Thermen uit de keizertijd waarop nu nog een groot huis staat en het terrein aan de westkant van het complex nog moeten worden onderzocht. De Terme Taurine besloegen oorspronkelijk een oppervlakte van niet minder dan 20.000 vierkante meter. De gebouwen waren bekleed met ornamenten van fijn marmer, hadden standbeelden, gekleurd pleisterwerk, lijsten, stukwerk, fresco’s, zuilen en travertijn kapitelen. Van al deze zaken zijn helaas slechts enkele stukken teruggevonden.

Afgezien van het thermale water, dat natuurlijk vanuit de grond omhoog kwam, was de watervoorziening geregeld door verschillende kleine stromen die vanuit een aquaduct hun water brachten naar een cisterne (waterreservoir) dat op een kleine afstand van het badhuis was gebouwd. Het hele complex werd voorzien van water door een zeer compleet, goed functionerend systeem bestaande uit onderaardse gangen, tunnels, loden leidingen en een lozingskanaal.

 

Beschrijving van de Republikeinse baden

Deze badhuizen bestaan uit twee delen: de eigenlijke baden en de verschillende soorten vertrekken waar andere aanvullende activiteiten plaatsvonden zoals sociale-en zakelijke bijeenkomsten en therapeutische massages.

Het peristilium

Deze vertrekken werden bereikt via een peristilium (centraal gelegen binnenhof) met daarom heen een galerij met achthoekige zuilen waarvan de kern uit bakstenen bestond en die waren bekleed met pleisterwerk en oorspronkelijk uitgerust met travertine kapitelen.

 

 

 

Een van de kleine uitrust kamers (cubicula diurna)


Aan de westzijde van het peristilium waren vele kleine vertrekken, zogenaamde cubiculum diurnum (dag vertrekken) genoemd, die bijna helemaal voorzien waren van mozaïek vloeren en die gebruikt werden als kleine slaapkamers waar men na het baden of het ondergaan van therapeutische behandelingen of massage kon uitrusten.

De grote exaedra

   

 



Een ongeveer zelfde grote ruimte aan de noordzijde was een ‘exaedra’ (een halfronde hal). In de grote halfronde apsis waren ongetwijfeld zitplaatsen waarop de bezoekers konden uitrusten of converseren. Een andere apsis-vormige ruimte, iets kleiner maar voor de rest vergelijkbaar met de vorige wordt van deze gescheiden door een gang. Deze wordt de ‘kleine exaedra’ genoemd. Als we verder lopen door een grote gang, geplaveid met zogenaamde ‘opus spicatum’ (bakstenen in visgraad patroon) komen we in een grote ruimte met een mozaïek vloer met sterren en ruiten die deels bewaard is gebleven. Deze ruimte was bedoeld als een soort atrium (voorhal) bij de bad vertrekken.  

 

Het Laconicum

Aangrenzend was het ronde Laconicum of Sudatorium (zweetbad). Het is waarschijnlijk de oudste ruimte van de Terme Taurine, die wellicht teruggaat tot de tweede eeuw voor Chr. Het Laconicum had muren opgebouwd uit kleine, onregelmatige tufsteen blokken (opus incertum). Oorspronkelijk was er in het midden een vrijstaande kuip, waarin thermaal water met een zeer hoge temperatuur stroomde; langs de muren was een rug bekleed met platen travertine waar de bezoekers op konden zitten na een duik te hebben genomen. Ten tijde van Hadrianus werd de kuip gevuld met rotsblokken en bakstenen en de travertine rug afgebroken; vervolgens werden er bakstenen zuiltjes geplaatst om een marmeren vloer te ondersteunen. Een klein deel hiervan is nog zichtbaar. In de lege ruimte die zo onder de vloer tussen de zuiltjes werd gecreëerd kon hete lucht circuleren die verkregen was door het verbranden van hout in een speciale oven (praefurnium). De waarschijnlijk met een koepel overdekte ruimte werd gebruikt als zweetbad.

Het Tepidarium. Links van de trap, het Apodyterium

Vanuit deze zweetruimte kwam je via een kleine gang bij een latrine en vervolgens in een ruimte waar het Apodyterium (kleedkamer) moet zijn geweest. Via het Apodyterium, waar diverse kleine bekkens waren om de voeten te wassen belandde je meteen in het eerste grote bad met een mozaïeken vloer en bedekt met marmeren platen dat het Tepidarium (lauw water bad) werd genoemd. Vanuit dit bad kon je via een doorgang in de muur meteen naar het warm water bad (het Caldarium) gaan.

 

 

Her republikeinse Caldarium 

Het Caldarium is vooral interessant door haar basilicavorm; door twee rijen zuilen in drieën verdeeld en voorzien van een gestuukt travertine borstbeeld. Ten tijde van Hadrianus hebben er diverse modificaties van de ruimte plaatsgevonden: om maximale stevigheid aan de constructie te geven werden de zuilen vervangen door of ingebed in gemetselde zuilen.
De oorspronkelijke overdekking werd vervangen door een enorm plafond, met een zogenaamde ‘copertura a padiglione’(een plafond opgebouwd uit vele vierkanten), waaronder een begaanbaar terras werd gecreëerd.
Het caldarium werd bijna geheel in beslag genomen door een grote badkuip met langs drie zijden kleinere kuipjes. Omdat het overlopende thermale water uit het centrale bad werd opgevangen in de kleinere kuipjes, werd het niveau van het centrale bad op een constant niveau gehouden. Het vertrek was ongetwijfeld rijk gedecoreerd met marmer en ionische kapitelen.

Het grote marmeren votief altaar in de nis

In het centrum van de grote apsis die bijna in z’n geheel is gereconstrueerd, bevindt zich een vierkante nis met twee marmeren planken ter ondersteuning van kleine zuiltjes aan de twee zijden, ontegenzeggelijk gebruikt als een aedicula (een kiosk) waarin de beeltenis van de beschermgodinnen van het water, de Nimfen, was geplaatst. Voor de antieke mens was elke bron, en speciaal een thermale bron, heilig. In de nabijheid van de aedicula heeft men ook een groot, marmeren votief altaar teruggevonden dat nu in de apsis is geplaatst. Dit altaar was gewijd aan de Nimfen en opgericht door ene Alcibiade, een vrijgelaten slaaf van keizer Hadrianus.

Het Frigidarium

 

Aan de zuidkant van het caldarium vinden we een ander basin met een mozaïeken vloer, een frigidarium (koud water bad). Deze stamt uit een latere tijd, wellicht uit de tijd van de Flavische keizers en werd gevoed vanuit het caldarium.

 

 

 

 

 

 

Beschrijving van de keizerlijke baden

Terme Taurine 01
De ingang van het thermale complex uit de keizertijd bereikt men via een korte trap die voert naar een gang met ramen die op zijn beurt weer leidt naar de entreehal van de baden. Hier kocht men een kaartje (balneaticum) en gaf je een deel van je kleren en andere persoonlijke objecten in bewaring aan iemand die daar speciaal voor was aangesteld (een capsarius) en verantwoordelijk was voor de garderobe.

Een kamer naast de ingang van het keizerlijk badhuis..

Vlak bij de ingang bevond zich een latrine die, net als de andere latrines in het complex, was uitgerust met zitplaatsen met een gat er in geplaatst in het midden van een nis, waaronder permanent water stroomde dat werd afgevoerd naar het riool. Vervolgens bereikte men de kleedkamers, waarvan de vloer werd verwarmd d.m.v. een zogenaamd hypocaustum-systeem waarmee ten tijde van het keizerrijk bijna alle thermale ruimten waren uitgerust. Er zijn nog steeds resten van dit soort verwarmingssysteem te zien waarbij hete lucht, geproduceerd in het praefurnium (oven), zich via kanalen onder de vloer van de vertrekken verspreidde en langs de muren omhoogsteeg via holle bakstenen.

 

Het keizerlijk Caldarium.

Van de kleedkamers kwam men via een gang en diverse andere ruimten in het keizerlijk caldarium, de grootste en meest representatieve ruimte van het hele complex van de Terme Taurine.
Het caldarium was overdekt door een kruisgewelf versierd door stucwerk en onderverdeeld in panelen. De muren waren, net als het grote bad zelf, bekleed met platen marmer; alle nissen hadden openingen die, samen met de ramen in het vertrek, dienden ter verlichting van de grote ruimte. De ramen waren voorzien van glas in een houten, met lood beklede, omlijsting.
 

Na het baden konden de bezoekers een weg bewandelen via verschillende verwarmde vertrekken tot dat in de laatste kamer de transpiratie, veroorzaakt door het warme thermale water, wel was verdwenen. In weer andere kon men, tegen aparte betaling, genieten van massages en andere kuren gegeven door gespecialiseerde personen. Een cliënt passeerde daarna een minder verwarmde ruimte om langzaamaan te kunnen wennen aan de buitentemperatuur alvorens het onoverdekte koud water bad te betreden.

Het Tepidarium

Een ander essentieel stadium van de therapeutisch behandeling was het tepidarium (lauw waterbad) dat zich bevond tussen het caldarium en het frigidarium (koud waterbad). Het tepidarium was gebouwd in een zaal waarin zich een groot vierkant bad bevond met daar boven twee versierde nissen met standbeelden en een halfronde nis met daarin een veel kleiner bekken dat fungeerde als douche. Om dit vertrek te laten functioneren was een speciale ruimte ingericht, waar nu nog de delen van de dragers te zien zijn die de waterreservoirs, die de baden van water voorzagen, ondersteunden. Het water dat in het tepidarium werd gebruikt was geen thermaal water maar water dat rechtstreeks werd aangevoerd vanuit de cisterne (opslag ruimte voor water uit het aquaduct) van de Thermen.

Links het open lucht bad van het Frigidarium 

Na gedeeltelijk opgefrist te zijn kon men zich begeven naar het koude bad. Voor dit doel was er, zoals je in bijna alle thermale instellingen tegenkomt, een openlucht bad; het frigidarium. Je stapte hierin via drie traptreden, waarvan de laatste in het water stak en werd gebruikt om te zitten. Langs de westzijde zijn nog verschillende platen van wit marmer bewaard gebleven waarmee het bad aan de binnen zowel als aan de buitenzijde was bekleeds.

 

Een stukje mozaiek vloer in het keizerlijk Tepidarium

 

Van de kleedkamers kon je ook direct een speciale ruimte met twee risalieten (in de gevel uitspringende delen) binnengaan met aan de zuid- en westkant vier ramen. Deze ruimte, die uitbundig door zonlicht wordt opgewarmd, was derhalve voorzien van een verwarmingssysteem met twee bronnen, de zon en de vloer/muur verwarming. Er bevond zich een zonne-serre of heliocaminus, waar je een zweetbad kon nemen met verwarmd zand. In één van de uitbouwen zijn nog resten te vinden van een kuip waarin het zand zat en op de muren kun je nog verschillende holle bakstenen herkennen waardoor de warmte naar de ruimte werd gedistribueerd.
Vlak bij de ingang, onder de eerste van de twee hellingen die naar de bovenverdieping leiden, vind je een latrine voor het personeel, met een witte mozaïek vloer die gedeeltelijk bewaard is gebleven. Van de bovenverdieping is helaas maar weinig overgebleven alhoewel dat niet alleen geldt voor dit deel van het gebouw. Van de nog bestaande ruimten op deze verdieping is nog een grote zaal die wordt geflankeerd door begaanbare terrassen herkenbaar en verschillende ruimte die op een veel lager niveau zijn gepositioneerd. Waarschijnlijk werd een deel van de bovenverdieping gebruikt als opslagplaats voor materalen zoals massageolie en handdoeken. Precies boven de heliocaminus, aan de zuidwest kant bevond zich zeer waarschijnlijk het solarium.

 

Het zuidelijke gebied van de Terme Taurine

De oostelijke muur van het keizerlijk badhuis

Het thermale complex bevatte ook nog andere ruimten die bestemd waren voor culturele activiteiten en voor de service aan de zuidzijde van de baden. Tussen het thermale gebied aan de noordzijde en die aan de zuidzijde bevond zich de bibliotheek. Het was een grote zaal met acht rechthoekige nissen geplaatst op iets meer dan een halve meter vanaf de vloer met daarin de planken voor de boeken en geschriften verzameld in ronde containers. In het midden van de lange muur achterin was een halfronde nis waarin waarschijnlijk een beeld stond van Minerva, godin van kunsten en wetenschap. De ruimte is versierd met marmeren zuilen die de nissen van elkaar scheiden, muren bekleed met verschillende soorten marmer en een rijke vloer geplaveid met purperstenen vierkanten. Aan de zijkanten van de bibliotheek waren, in perfecte symmetrie, allereerst de latrines met bijhorende vestibules en verder twee vertrekken die werden gebruikt als leeszaal. In inspringende ruimten in de achtermuur van deze zalen stonden waarschijnlijk bedden (Lectus lucubratorius) waar men kon lezen.

De arcade

Zowel de bibliotheek als de ruimte ernaast boden toegang tot een arcade gevormd door zuilen en kolommen die deels nog herkenbaar zijn.

 

 

 

De Cryptoporticus

 


 Vanuit deze zuilengalerij daal je via een trap af naar een cryptoporticus (overdekte gallerij) die gebruikt werd voor een overdekte wandeling. Boven de cryptoporticus waren kleine ruimten gelegen rondom een centrale gang, waarschijnlijk gebruikt als een hospitalium (herberg), waar de gasten van het badhuis logeerden. Aan de zuidzijde van de cryptoporticus vind je andere vertrekken, deels opgetrokken in opus reticlatum. Hier tussen bevindt zich een Exaedra (halfronde zuilengalerij) die fraai gedecoreerd moet zijn geweest. In de keizertijd werd er in de vloer van de Exaedra een hypocaustum verwarmingssysteem gecreëerd.

Een deel van het Hypocaustum verwarmingssysteem onder de vloer.

 

Rechts van de Exedra was een helling geplaveid met mozaïek die waarschijnlijk naar de hospitalia leidde. Een trap verbond deze kamers met enige grotere ruimten die wellicht tot de bibliotheek behoorden.  

Het gebouw dat het complex afsloot is opgebouwd uit verschillende ruimten, waarvan sommige functioneerden als ondersteuning van een risaliet. In deze zone vind je ook een aantal kleine vertrekken die waarschijnlijk gebruikt werden als opslagplaats. Helaas zijn de andere gebouwen ernstig beschadigd en in vele gevallen verwoest door een huis dat er bovenop gebouwd is aan het einde van de 18e eeuw en daardoor moeilijk meer te identificeren.

 

Links boven restanten van het Hospitalium bereikbaar via de mosaic hellling. Rechts boven het grote huis uit de 18e eeuw.

Waardeert u ons werk?

Steun ons dan door een donatie te doen!

Recente artikelen & projecten

Het Achelous Project - Aquae Tauri opgravingscampagne 2018

Het Achelous Project - Aquae Tauri opgravingscampagne 2018

Ook in  2018 was er een nieuw opgravingsseizoen voor het Achelous project.......

Lees meer...

IO SATURNALIA - een verhaal over Kerstmis

IO SATURNALIA - een verhaal over Kerstmis

De bijbehorende uitingen van Kerstmis gaan vaak veel verder terug en lijken ontleent aan religies en tradities die.......

Lees meer...

De 'elleboog' die heerst over de Adriatische Zee

De 'elleboog' die heerst over de Adriatische Zee

Als je Ancona aan de Adriatische kust bezoekt valt je meteen de gelijkenis op met die andere Italiaanse havenstad ......

Lees meer...

Het Ostia Marina Project 2018

Het Ostia Marina Project 2018

Interviews en de Caseggiato delle Due Scale

Lees meer...

Romeinse haven als speelplaats voor kinderen

Romeinse haven als speelplaats voor kinderen

Enkele weken geleden kreeg ik een bericht onder ogen van het magazine Archaeology News Network, met de titel ‘Jewel of Roman Empire faces Libya dangers’ ....

Lees meer...
Laatste nieuws

About Roman Ports

Amor and PsycheWe are committed to providing versions of our articles and interviews in several languages, but our first language is English.

Please become a member of the Facebook group, which is our main communication platform. There you can learn about upcoming events and items of interest, post your own photos, or share any stories or general questions you may have.

If you have specific questions about our organisation, questions about financial issues, if you would like to assist in the production of our online magazine, or if you have specific requests or ideas for content, use our contactform below. You can contact us in any language!